Serene

Lavendel en Jasmijn

Al dagen is het veel te warm voor de tijd van het jaar. De verzengende hitte legt een klamme deken van trillende lucht over mijn lelijke industriestad, en laat haar scheve daken glanzen in de zon. Mensen op straat vluchten in slow motion naar een plek achter gesloten jaloezieën waar de schaduw en de airconditioning het leven enigszins dragelijk maken.

Mijn ziel is rusteloos en zoekt een thuis maar zelfs voor de gedachte aan deze expeditie is het veel te warm. De zon verlamt mijn overpeinzingen en een zweetdruppel zoekt zijn weg tussen mijn schouderbladen, over mijn rug, naar mijn bilnaad. De druppel is alleen maar een willoze slaaf van de zwaartekracht zoals wij op de eerste plaats slechts een dienaar zijn van de allesoverheersende drang om liefde te vinden.

We willen allemaal verliefd zijn en gemist worden en zijn daarom altijd op zoek naar eeuwigdurende liefde. We verlangen naar een symbiotische alliantie waarbij de som der delen groter is dan het geheel om onze eenzaamheid te verjagen. We willen hartstocht en passie en hunkeren naar de ongrijpbare sensatie die al eeuwen bezongen wordt en altijd dichtbij lijkt.

Maar als we dan ten langen leste dat Delfische gevoel vinden, gaan we klungelen, aarzelen en stotteren. Dan worden we bang, jaloers en onzeker. We vergiftigen de vlinders en laten het vluchtige sentiment weer ontsnappen zodat we weer alleen en onbemind zijn.

Ik zit in een park onder een boom en zie een stukje verder in het gras een mooi meisje dat een kettinkje maakt van madeliefjes. Haar lange blonde haar glanst in de zon en terwijl ik naar haar kijk, sterft de drukte van de stad langzaam weg. Het meisje draagt een lichtblauw zomerjurkje met blote schouders en een Esschereske opdruk die speelt met dimensies, met perspectieven en met eindigheid.

Ze is alleen in haar eigen wereld en heeft enkel oog voor haar kettinkje. Als ze even opkijkt, vang ik haar blik met de mijne en in een moment van stilte wordt de nietszeggende vluchtigheid overstegen. Heel even is ze van mij maar ik voel dat ze dat niet wil. Ze schrikt van mijn aanwezigheid in haar wereldje en het mooie meisje in het gras duwt me weg. Ze concentreert zich weer op haar kettinkje van bloemen om zo geen antwoord te hoeven geven op de vragen die ik niet stel.

Ik steek een sigaret op om de tijd te doden want pas als de tijd gestorven is, kunnen we de hitte van de dag verjagen. Pas dan kunnen we alles loslaten en samen zwerven naar maan en sterren. Nu nog niet. Misschien later. We moeten wachten tot de avond valt en hoeven haar niet te laten struikelen want zij valt gewoon.

Ik hoor de stem van het mooie meisje in het gras zonder dat ik weet hoe zij klinkt.

“Je bent vast zo’n type dat aan mijn tenen wil sabbelen.”

Ze klinkt stellig maar niet onvriendelijk en heeft het mis. Ik heb geen fetisj voor voeten en schud langzaam mijn hoofd. “Waar houd je dan wel van?” Ze heeft een ondeugende twinkeling in haar stem en ik aarzel want ik word een beetje overrompeld door haar brutaliteit maar herpak mezelf snel.

“Ik wil met je tongzoenen.”
“Waarom wil je dat?”
“Omdat je je dan niet kunt verstoppen.”

Ons korte gesprek vervliegt in de hitte en mijn wens galmt na. We zijn samen alleen. Voor mijn laatste ware liefde was deze eenzaamheid mijn ultieme weelde maar nu moet de donkere leegte die zij achterliet in de kern van mijn ziel ingekleurd worden en mis ik het mooie meisje in het gras zonder dat ik weet wie zij is.

Mijn overpeinzingen worden onderbroken door drie eenden die kwakend vechten. Twee mannetjes vechten om een vrouwtje zoals het altijd gaat in de natuur. Het enige dat beesten doen is vechten, eten en neuken. Ook het mooie meisje in het gras volgt het gekwaak en laat haar kettinkje even voor wat het is. De eenden vechten elkaar het water in waar zij enigszins tot rust lijken te komen. Ik zoek weer contact met haar en hoop dat ze weer met me gaat praten maar ze heeft zich teruggetrokken achter een muurtje waar niemand haar raken kan en ze zwijgt.

Naast me zit een otter. Een otter die kan jongleren met kiezelsteentjes of tennisballen als ik dat zou willen maar hij heeft het ook warm dus dat hoeft niet. In ruil voor voedsel en vermaak is hij mijn vriend. Mijn geweten. Hij is mijn trouwe bondgenoot die niet oordeelt en fluistert wat ik moet zeggen om geen flater te slaan als ik probeer te flirten maar het mooie meisje in het gras hoort me toch niet. Ze hoort me niet omdat ze me niet wil horen dus richt de otter zich tot mij.

“Je bent een Einzelgänger die niet alleen kan zijn.”

De otter klinkt een beetje spottend en ik kijk hem aan. Hij zet zijn veel te dure Ray-Ban zonnebril af en herhaalt wat hij tegen me zei.

“Je bent een Einzelgänger die niet alleen kan zijn.”

Natuurlijk begrijp ik wat hij bedoelt want ik ken mezelf. Ik verlang heel literair naar eenzaamheid tot ik diagonaal in mijn tweepersoonsbed lig. Dan verlang ik naar het oprechte gezelschap van mijn laatste ware liefde of desnoods van het mooie meisje in het gras. Dan wil ik dat iemand tegen me aan kruipt zodat ik haar kan vertellen dat ze veilig is bij mij.

De zon laat nog steeds haar spierballen zien en brandt meedogenloos een gat in mijn gedachten. In haar diepste wezen is het mooie meisje in het gras eenzaam net als ik. Ze houdt mensen op afstand en dat doe ik ook. Wie haar nadert, zal verbranden maar ik ben niet bang. Ik heb alle hoop al laten varen na mijn laatste reis.

Alsof zij hoort dat ik niet bang ben om te branden, stelt ze die onvermijdelijke vraag. “Ben je wel ergens bang voor?” Ze stelt de vraag zonder me aan te kijken. “Ik was vroeger bang om dood te gaan.” “Ben je dat nu niet meer?” “Na mijn laatste reis niet meer.” Ik laat een moment van stilte vallen en toon me kwetsbaar. “Ik ben bang om bang te zijn.” Ze laat mijn woorden op haar inwerken en gaat weer verder met het kettinkje van bloemen.

Omdat ik niet goed weet wat ik zeggen moet, kijk ik vragend naar de otter die naast me tegen de boom hangt en zichtbaar geniet van het warme weer. Hij helpt me niet maar begint te zingen. Het lied, Keep on loving you van REO Speedwagon, brengt me direct terug naar die ene plek en naar die ene avond. Ik ben weer bij een ontmoeting met mijn laatste ware liefde. De herinnering aan haar was aan het vervagen zoals herinneringen altijd doen want tijd heelt alle wonden. De reminiscenties vervagen wel maar verdwijnen doen ze nooit en een geur, een kleur of een melodie kunnen me in een flits terug brengen naar een tijd die reeds lang vervlogen is.

Ik had de gedachte aan mijn laatste ware liefde weg willen snuiven en de flarden die bleven hangen probeerde ik nog steeds uit alle macht te verzuipen in een zee van wodka maar die ene zin uit dat ene liedje bewees dat ze, hoewel verstopt in een donker hoekje van mijn brein, nog altijd springlevend was.

When I said that I love you I meant that I’d love you forever.

De belofte aan een liefde die nooit sterft is natuurlijk een sprookje maar dit onnozele waanidee brengt haar even terug in het stralende middelpunt. Ze zit weer naast me aan de bar met haar benen op mijn schoot en komt steeds dichterbij tot ze haar hoofd op mijn borst rust en ik haar warmte voel. Ze huilt zachtjes en ik aai over haar rug om haar te troosten. Ze ruikt naar Lavendel en Jasmijn en ik geef kleine kusjes op haar prachtige lange haar terwijl ik haar dichter en dichter tegen me aan druk. Ik wil haar nooit meer loslaten en de schoonheid van dit eeuwigdurende moment vastleggen.

Dit is mijn liefde. In al haar wispelturige en angstige onvoorspelbaarheid is dit wat ik wil. We dansen naakt in het schemerduister. Een afzichtelijke professor met een groteske neus speelt prachtig luchtpiano in een kamer die slechts verlicht wordt door kaarsen.

Alle meisjes zijn mooi maar zij is mooier. Alle meisjes ruiken fijn maar zij ruikt fijner. Alle meisjes zijn zacht maar zij is zachter. Iedere herinnering aan wat ik ooit omschreef als liefde verbleekt bij dit moment. We kijken elkaar met natte ogen aan en ze gaat op het puntje van haar tenen staan om met me te zoenen.

Ik houd haar hoofd in mijn grote handen en zij legt liefdevol haar handen op de mijne terwijl onze tongen elkaar vinden in hun vertrouwde dans die een overweldigend verlangen aanwakkert. We zijn samen alleen. Ik zie dat ze me mist en lieg dat het goed komt allemaal.

I am gonna keep on loving you because it’s the only thing I want to do.

Onze liefde is heftig en intens en daarom gedoemd om op te branden maar iets anders dan intense en onvoorwaardelijke overgave is niet de moeite waard. Dat is geen liefde maar een slap aftreksel waar laffe mensen genoegen mee nemen. Mijn laatste ware liefde was beducht voor mijn overweldigende intensiteit en loste plotseling op in het niets. Ze liet me los en ik viel. Ik bleef vallen. Ik val nog steeds.

Het is dwaas om van een bange vrouw te houden maar liefde is zinloos en doet pijn. Liefde is doof voor ratio en liefde kent geen logica.  Als mijn laatste ware liefde de blinde sprong van vertrouwen niet durft de maken omdat zij niet gelooft in wat er kan groeien, is het onverstandig om zelf wel te springen. Blind springen doe je samen anders is het geen liefde maar is het masturbatie.

De herinnering aan een liefde die niet was wordt nu langzaam vervangen door een droom die niet mag worden want het mooie meisje in het gras is ook bang voor complexe emoties en overweldigende gevoelens en die angst is doorgaans maar een hele matige raadgever dus haast ik mij langzaam weg van haar.

De otter slentert met me mee.

“Ik wil sterven met herinneringen aan liefde en niet met onvervulde dromen vriend.”

Hij kijkt me aan over zijn exorbitant dure zonnebril en zwijgt. Zelfs in zijn stilte is hij cynisch. Ik ga verder.

“Ik wil leven en liefhebben alsof morgen niet bestaat. Trillend op mijn benen wil ik naakt dansen bij kaarslicht. Ik wil nog steeds mijn laatste ware liefde beminnen en met haar verdwalen in het leven. Ik wil helemaal niet bezig zijn met mooie vreemdelingen die kettinkjes maken van fucking Madeliefjes.”

De otter schudt zijn bijdehante bakkes en denkt er duidelijk het zijne van. Hij luistert al maanden naar mijn eindeloze emogezeik over liefde en wordt moe van het cirkeltje waar ik maar niet uit wens te komen. Ik bazel verder tegen mijn sympathieke vriend.

“In haar ziel is waar ik sluimer en ontheven van de vluchtigheid der dromen zal zij mij wakend niet vergeten. Zij is mijn ene ware liefde. Zij is de liefde die alle andere liefdes doet vervagen. Ik weet zeker dat niemand ooit van haar zal houden zoals ik dat doe. Mijn ogen zijn geopend en de zegening van de onwetenden is een leugen. Ik word zelfs heel erg droevig van kille cynici die uiteindelijk genoegen nemen met minder en vervolgens proclameren dat ware liefde niet bestaat.”

De otter kijkt omhoog, schraapt zijn keel en dient me dan eindelijk van wat goedbedoelde repliek.

“Ik snap jou niet. Je hart lag in honderdduizend stukken toen ze plotseling verdween en nog steeds geloof je in ware liefde. Je gelooft zelfs nog steeds dat zij jouw ware liefde is. Hoe kan dat? Je bent een rationeel, weldenkend en intelligent mens en toch geloof je in sprookjes en blijf je hangen tussen flarden van vroeger. Waarom?”

“Het vinden van ware liefde is statistisch onwaarschijnlijk maar niet onmogelijk vriend. Ik moet geloven dat ware liefde bestaat. Ik kan niet leven zonder de overtuiging dat ons meest intieme samenzijn precies was waar Shakespeare al over fantaseerde.”

De otter denkt na over wat ik zei en om het laatste woord te hebben, schopt hij mompelend een open deur in.

“Je bent een hopeloze romanticus en strijdt een strijd die je niet winnen kunt.“

Hij heeft gelijk. Natuurlijk heeft hij gelijk. Hij heeft altijd gelijk want cynisme heeft altijd een kern van waarheid maar ik kan en wil me er niet bij neerleggen. Niets in dit leven dat de moeite waard is, is eenvoudig. Als iets de eerste keer niet lukt, moet je het gewoon nog een keer proberen. Toen je leerde lopen, stopte je ook niet na je eerste valpartij en je stopte na je eerste smak ook niet met fietsen… Of met zoenen.

Al die liedjes, die films, die gedichten en die toneelstukken over dat vage concept dat wij liefde noemen moeten ergens op gebaseerd zijn. Ze zoeken naar de juiste woorden om een gevoel aan te spreken dat iedereen doet smachten naar die hemelse verslaving. Ze spreken allemaal van een sensatie waar we niet zonder kunnen en ook dat ene liedje van REO Speedwagon raakt precies diezelfde snaar.

I don’t want to sleep. I just want to keep on loving you. 

 

© LSD 2015

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *