Author Archives: LSD

When-people-ask-who-I-think-I-am

Post anaal depressief

Iemand zei: “Dit is Annabel. Ze moet nog naar het station. Jij hebt een auto, dan kun je haar toch wel even brengen?”

Ik heb inderdaad een auto en niet heel veel te doen, dus dat kan best

Laten we eerst mijn cartooneske bestaan tot het moment dat iemand Annabel aanwees even pornofraseren. Pornofraseren is de beste manier om mijn liefdeloze leven als pornoacteur samen te vatten.

Ik heb geneukt op alle mogelijke manieren die met liefde niks te maken hebben. Het was vies. Het was onverschillig. Het was soms in groepsverband. Ik ben gepijpt door iedere leeftijdscategorie die nog enigszins warm was. Ik heb seks gehad met lilliputters in alle kleuren van de regenboog, en een eindeloze rij van dikke, kansloze blondines in de kont geneukt. Duitse blondines, Franse blondines, Tsjechische blondines, Britse blondines, Zweedse blondines, Vlaamse blondines en natuurlijk Hollandse blondines. Ze schreeuwen allemaal op dezelfde manier als je de artiesteningang forceert. En ik hou niet eens van anale seks. Ik ben wel fan van meisjes die soms de achterdeur open zetten, maar ben zelf absoluut geen fanatieke bipsridder.

Ik verhuisde naar California want dat zou het beloofde land zijn, het Israël van de pornoindustrie. En toegegeven, het was daar eventjes leuk, eventjes spannend, eventjes geil, maar na een poosje denk je, als je gepijpt wordt door drie wijven, die alle drie Holli –met een i heten,- aan je favoriete snackbarsnacks, en maak je in je hoofd een top drie. Ik miste de Frikandel Speciaal, de Bitterbal, en de Kapsalon, hoewel dat niet echt een snackbarsnack is, en keerde terug naar Nederland waar de producties nog ongeïnspireerder en groezeliger waren geworden in mijn absentie. Kijk maar eens een stukje polderporno met Kim Holland en je snapt wat ik bedoel. Die heeft geen ziel. Dat kan niet.

Vorige week moest ik, in een clownskostuum, zonder reiskosten, naar fucking Kerkrade om daar, met zeven andere mannen, een net achttien jarig meisje aan het huilen te maken, vast te binden, en gezellig in haar gezicht te ejaculeren. Voor dat Limburgs grietje was dit schijnbaar een fantasie. Voor mij, ik was clown nummer drie, was het een moment om iedere beslissing die ik ooit heb genomen in twijfel te trekken.

Ik word er kotsmisselijk van. Het zou een tijdelijke job zijn. Ik zou het een jaartje doen. Misschien twee of drie, daarna zou ik promoveren naar een soap of sitcom, maar nu is het ruim vijftien jaar later, weet iedereen dat ik echt niet kan acteren, en zijn de vieze wijven niet meer te tellen.

De walging voor mijn liefdeloze malaise, probeer ik in mijn vrije tijd te verjagen met Blauwe Chimay, heel veel wiet, South Park, Forza Motorsport op de X-Box, en retroporno uit de jaren zeventig en tachtig. Daar masturbeer ik op en dat noem ik trainen. Niet dat ik geil op tennissokken en snorren en rughaar, of op enorme bossen schaamhaar waar een vrouw achter zou moeten liggen, maar omdat ik weet dat het AIDS-virus die hele generatie acteurs en actrices lachend heeft uitgemoord.

Tot zover de pornofrasering.
Iemand stelt Annabel aan me voor.

Ze herkent me maar kan me niet direct plaatsen.
Dat zie ik aan de lege, schaapachtige blik als ze eventjes te lang mijn hand vasthoudt. Het gebeurt vaker als ik mijn broek aan heb.
“Mag ik ook zo’n flesje bier voor ik naar het station ga?” Ze wijst naar de Blauwe Chimay en gaat zitten.
“Dat is trappist,” mompel ik.
“Mag ik ook zo’n flesje trappist voor ik naar het station ga dan.”
Ik zucht en en sta op.
In de rommelige keuken open ik een nieuw flesje en spoel een glas af. Ze volgt iedere beweging met haar ogen. Ik voel het.
“Heb ik je ooit op televisie gezien?,” vraagt ze als ik weer ga zitten.
“Dat kan.”
“Heb je in een reclame gespeeld of zoiets?”
“Ja… Of zoiets.” Ik steek nog een keer mijn jointje aan.
“Je hebt zo’n bekend gezicht,” zegt ze en probeert al wuivend de rook te verjagen.

Het is raar om te zeggen dat ik een bekend gezicht heb want want in het merendeel van mijn films komt mijn bakkes niet in beeld. Het gaat niet om mijn hoofd. Ik ben slechts een hulpmiddel om de vieze pornopopjes op hun mooist te tonen. Niemand kent mij echt. Niemand weet welke kleur mijn ogen zijn. Niemand weet dat ik de lekkerste eiersalade ter wereld maak. Niemand weet dat ik het liever koud heb dan warm. Niemand weet dat ik vroeger eigenlijk bobsleepiloot of boswachter wilde worden.

“Je hebt echt bizar lange wimpers. Weet je dat?”

Ik kijk naar Annabel. Het is een mooi meisje met blond haar. Het type tennisles en stijldansen. Niemand heeft ooit gezegd dat ik bizar lange wimpers heb. Zeker niet zo’n meisje waar nog glans op zit. Die nog klasse heeft. Annabel faket haar orgasmes niet. Dat weet ik zeker. Vooruit, ze faket haar orgasmes niet zo luidruchtig en theatraal. Annabel is niet pornomooi maar meer bibliotheekmooi.

Het is een meisje met een HAVO-diploma dat in haar vrije tijd een klarinet of een dwarsfluit vingert. Geen meisje om in haar mond te spugen. Ik heb dat niet, die HAVO-glans. Niet dat ik de sluitpost der menselijke intelligentie ben, maar zelfs in een pornofilm ben ik geen geloofwaardige bolleboos.

Ik wil haar een compliment wil maken over haar prachtige bruine ogen maar ze trekt een beetje een vies gezicht. Ze ziet het.
“Jij bent Big Willy, The Fucking Dutchman,”stamelt ze.
Ik knik. Shit. Ik ben ontmaskerd.

Nu gaat Annabel vragen of ze mijn piemel mag zien. Dat gaat altijd zo. Dat hoort bij mijn vak schijnbaar. Ik word niet op feestjes uitgenodigd omdat ik zo’n gezellige vent ben, maar omdat ik na een paar borrels mijn lul op de pooltafel leg als dat gevraagd wordt. Ze kijken naar mijn kruis alsof het gemaakt is van Nutella. Als meisjes mij bellen om te zeggen dat ze in een bubbelbad zitten, willen ze niet praten over Zaratoestra, maar willen ze de inhoud van mijn broek bestuderen. Ik ben een leuke avond die je niet mee naar huis neemt om voor te stellen aan papa en mama.

Ik ben een pik op pootjes. Wat ik denk, wat ik voel en wie ik ben is niet belangrijk. Niemand koopt met mij een gezinswagen. Ik heb wel een paar keer in een gezinswagen gezeten maar toen speelde ik een vader die de babysitter naar huis moest brengen en betrapt werd door de moeder van de babysitter… Jullie weten wel hoe dit pornosprookje verder gaat. Ik wil dat niet meer. Ik wil niet meer neuken.

“Mijn bier is op. Breng je me even naar het station?”

Ze neemt nog een slok en kijkt me aan. Hoe meer ze drinken, hoe moeilijker het is om mijn broekje aan te houden en ik wil mijn broekje aan houden. Ik moet mijn broekje aan houden. De tijd dat ik mijn broekje uit trek voordat ik over mijn voorliefde voor Franse existentialisten toelicht, moet echt voorbij zijn.

In de auto draait Annabel het raampje open om te ontsnappen aan de indringende wietlucht. Het is best een mooi meisje en het is best een mooie dag maar toch zou ik liever in bed liggen nu. Alleen.
“Waar ga je naartoe?” vraag ik.
“Parijs,” antwoordt Annabel.
“Leuk.”

Er valt een stilte. Het is de ongemakkelijke variant. Het gesprek slaat dood als een glas bier waar een pinda in valt. Ik wil met haar mee. Niet dat ik haar overdreven leuk vind, of per se naar Parijs wil, maar ik wil gewoon weg. Ik doe nooit wat ik zelf wil. Ik zit iedere dag in de sportschool terwijl ik liever een boek zou lezen. Het hoeft dan niet eens een goed boek te zijn. Het mag ook best iets van Dan Brown of Stephen King of John Grisham zijn maar zelfs Harry Potter  is me vijftig tinten niet gegund.

Annabel stapt uit en bedankt me voor de rit naar het station. Ik krijg drie zoenen op mijn wangen. Ze zegt dat ze het leuk vond om me te ontmoeten maar vraagt me niet mee naar Parijs. Natuurlijk niet. Ik kijk haar na. Ze zal nooit van me houden. Dat soort meisjes gaan nooit van mij houden.

Shit zeg. Ik moet echt een andere hobby zoeken. Eentje waarbij ik mijn kleren aan mag houden. Volgende maand word ik 36 en dan is het legaal om meisjes te neuken die half zo oud zijn. Dan ben ik echt een oude viezerik.

Eerst gaat overmorgen mijn miserabele carriere gewoon verder. Dan moet ik een habijt aan en staat er een Aziatische tweeling uit Luik op het menu. Met een paar andere kerels. Ik ga echt eens vragen of zij wel reiskosten krijgen.

Annabel zwaait niet eens.

 

milkyway

De kosmos heeft een plan

De wetenschapper die enkel gelooft in wat hij kan bewijzen, is als een wielrenner die in het donker een berg beklimt. Zijn hartslag is maximaal en hij staat op de pedalen. Als hij naar boven kijkt, ziet hij de top niet door de duisternis. Hij ziet niet hoe ver hij nog moet klimmen en zijn onwetendheid maakt hem moedeloos. Hij weet niet waar hij naartoe gaat. Zijn kennis brengt hem wel verder en de voorwaartse beweging is volgens Einstein essentieel om in balans te blijven maar diezelfde Albert Einstein wist ook dat zonder fantasie die kennis, hoe diepgaand ook, geen licht schenkt om de fietsende fysicus te leiden terwijl hij strijdt met de genadeloze berg. Om de top te kunnen zien, moet hij eerst begrijpen dat er dingen zijn die hij niet begrijpt. Hij moet zich weer laten verbluffen door de schoonheid van de kosmos.

De mens kijkt al vol verwondering naar het universum sinds de eerst Neanderthaler zijn grot verliet. Eerst verzon men mythes om de wereld te verklaren maar door de jaren heen maakte mythe plaats voor logos en met de komst van logos verloor de mens beetje bij beetje haar verwondering. Donder wordt niet veroorzaakt door Thor, die boos was of iets te vieren had, en met zijn hamer op de wolken sloeg, maar donder ontstaat omdat een bliksemschicht de lucht zo sterk verhit dat deze uitzet. Deze uitzetting veroorzaakt een geluidsgolf die door de waarnemer wordt ervaren als een opeenvolging van knallen. Bijna net zo leuk Thor met een hamer natuurlijk.

In het voorbeeld van de donder ligt al een causaal verband verborgen. Het is namelijk een wetmatigheid dat de lucht door een bliksemschicht zo sterk verhit wordt dat deze uitzet. Dat is niet toevallig, dat gebeurt iedere keer. Ook zal de uitzettende lucht iedere keer een geluidsgolf veroorzaken die iedere keer door de waarnemer wordt ervaren als donder. Hier is sprake van fysische causaliteit. Het zijn wetmatigheden en alle natuurwetenschappelijke wetmatigheden samen geven ons een goed beeld van hoe de kosmos werkt.

Natuurwetenschap verklaart hoe alles werkt maar geeft geen antwoord op de vragen des levens waar de spirituele mens zich in de 21ste eeuw mee bezighoudt. Waarom zijn we hier op aarde? Heeft ons bestaan een doel? Wat is een ziel? Wat is God? Hoe is het universum begonnen?

Voor antwoorden op die vragen moeten we kijken naar de metafysica, vaak liefdevol omschreven als de eerste filosofie. Deze tak van sport ontstond tijdens de overgang van mythe naar logos om de waardering voor de verbluffende schoonheid van het universum te duiden. De natuur doet niks zonder doel, dat wisten de Oude Grieken al, dus waarom zou ons bewustzijn, onze energie, onze ziel, wel doelloos opperen? De natuur, waar wij als Homo Sapiens onderdeel van zijn, is een nauwkeurig in elkaar passend geheel. De radertjes zijn zo goed op elkaar afgestemd dat het bijna onmogelijk is om nog te spreken van toeval en willekeur. Het is aannemelijk dat we leven in een deterministisch universum hetgeen indirect impliceert dat de kosmos een plan heeft.

Naast alle fysische wetmatigheden is er dus misschien ook wel een soort metafysische causaliteit. Dat blijft natuurlijk een speculatie in een wereld vol abstracties. In de metafysica kan niks worden bewezen want die kennis ligt vooralsnog buiten ons kenvermogen. Daarom zijn deze vraagstukken niet benaderbaar met rede en logica maar wellicht leveren studie, fantasie, meditatie en hallucinogenen overtuigingen op die de filosofische nieuwsgierigheid bevredigen.

Gelovigen kijken naar de schepping en roepen dan meteen dat ons prachtige universum wel het werk van God moet zijn. Zoveel schoonheid, daar moet een Goddelijke intelligentie achter zitten. Zij zeggen dat niet de kosmos een plan heeft maar geloven dat God een plan heeft en voor dat Goddelijke plan in zeven dagen de kosmos heeft gebouwd. We kunnen het ‘Wezen God’ niet ontkennen, noch kunnen we Zijn bestaan bewijzen. We zijn op dit punt veroordeeld tot onwetendheid. Ik wil wel aantekenen dat de religieuze invulling van het ‘Wezen God’ in mijn ogen niet juist kan zijn. Als Hij de kosmos heeft geschapen, in dienst van de mens, zijn favoriete schepping, zou hij dan, gelijk een sadistisch toeschouwer, toekijken hoe honger, corruptie, oorlog en milieuvervuiling zijn meesterwerk kapot maakt? Enkel omdat het voor hem amusant is om de mens een ‘Vrije Wil’ te geven? Dat kan ik niet geloven. Als er een alwetende God is, zal deze door zijn alwetendheid in essentie onverschillig zijn dus in plaats van een wraakzuchtige Godheid, zie ik een Onbewogen Beweger, los van tijd en ruimte, die de kosmos in gang heeft gezet en verder boven het verhaal staat.

De kosmos heeft een plan maar wat is de opzet? Het zien van dit kosmische plan brengt ons dichterbij antwoord op de vraag waarom wij hier op aarde zijn. Dat is de belangrijkste metafysische vraag. Ons kenvermogen heeft beperkingen maar er is een transcendente werkelijkheid waar wij soms een glimp van opvangen. Denk maar eens aan die tante die naar de dokter gaat voor een bultje in haar nek dat ze niet vertrouwt maar wat niks blijkt te zijn. Wel vinden ze bij datzelfde bezoek een verdachte moedervlek dat een kwaadaardig melanoom blijkt te zijn. Dat was niet ontdekt als ze niet naar de dokter was gegaan. Men spreekt hier vaak over toeval maar in een gedetermineerd universum bestaat geen toeval. Tante was niet op de juiste plek op het juiste moment. Dat bestaat niet. Net zo min als het slachtoffer van een roofoverval simpelweg op de verkeerde plek was op een verkeerd moment.

Ook de ontmoetingen met andere mensen zijn onderdeel van het kosmische plan. Het sterke gevoel dat ze voorbestemd zijn, is een tipje van die sluier. Alles wat gebeurt is afhankelijk van een oneindige serie oorzaken en dat maakt iedere ervaring bijzonder. Een ontmoeting is van zoveel factoren afhankelijk dat het statistisch erg onwaarschijnlijk is maar toch voelen ontmoetingen als onvermijdelijk en heeft ieder rendez-vous heeft een functie.

Het gevoel dat iets voorbestemd is, is een glimp van de transcendente werkelijkheid. Dat is metafysische causaliteit. Dat is een blik in het plan van de kosmos en dat zien we pas als we beter kijken. Als we meer tijd nemen en het leven met meer aandacht benaderen.

Als de mens niet vrij is en moet leven met een plan van de kosmos dat onmogelijk is om te kennen, leeft hij in een absurd en paradoxaal, maar niet vijandig, universum. De filosoof moet zoeken naar de onkenbare essentie want daar ligt het antwoord op de metafysische kernvraag; Waarom zijn wij hier op aarde?

Dat antwoord ligt vooralsnog buiten ons kenvermogen hetgeen het stellen van die vraag een redelijk zinloze exercitie maakt. Omdat de filosoof toch zoekt, is hij de echte absurde held. Hij zoekt naar de essentie met de zekerheid dat hij hoogstwaarschijnlijk niks gaat vinden.

Waarom moet hij dan toch zoeken? Hij moet zoeken omdat zijn zoektocht troost kan bieden. Metafysische filosofie kan dienen als verlichting voor de fietsende fysicus. Met deze filosofie kan hij de top van de berg kan zien. Het maakt zijn beklimming niet eenvoudiger, het slopende stijgingspercentage zorgt nog altijd voor brandende beenspieren, maar nu hij de top kan zien, wordt het lijden wel minder uitzichtloos. Daarom moet de metafysische filosoof zijn queeste documenteren. Zo zijn de filosofen een lichtpuntje voor de ploeterende fysici die kunnen accepteren dat er zaken zijn die hij niet kan begrijpen.

socrates2

Het eerste evangelie van de laatste Rock ‘n Roll-filosoof

Toen ik zeker wist dat een voetbalcarrière niet tot de mogelijkheden behoorde, ben ik wiet gaan roken en zoals alle Stoners, wilde ik de wereld verbeteren.
De wereld verbeteren. Ik nam nog een trekje van mijn epische joint en besefte dat een beter milieu altijd begint met een idee. Dus ging ik wijsbegeerte studeren.

Helaas leerde ik op de universiteit dat de filosofie was gedegradeerd van moeder aller wetenschappen tot een obscure bezigheid voor oude mannen in leren leunstoelen die elkaar in donkere achterkamertjes aftrekken door eindeloos te herhalen hoe slim ze zijn.

Ik besloot toen dat het mijn missie moest worden om filosofie terug te geven aan het volk want als iedereen een beetje beter na zou denken over wat ze doen en wat ze zeggen, zou de wereld een leukere en vooral een betere plek zijn.

Ik ben ’s werelds laatste Rock ’n Roll-filosoof. Een leider zonder land. Een Messias zonder vader. Een priester zonder kerk. Een cynische, retorisch gewelddadige wijsgeer die oreert over een betere wereld. Een wereld zonder God. In de geest van Socrates –de eerste Rock ’n Roll-filosoof en oervader van de godslastering– preek ik een antitheïstisch Evangelie.

Kritiek leveren op georganiseerde religie is het fundament van een vrije samenleving. Om de mensheid te helpen is het belangrijk om in absolute vrijheid de georganiseerde religies te hekelen.

De wereld wordt beter als er satirische tekeningen over de profeet Mohammed, die een geit of een schaap neukt, worden gemaakt. Misplaatste grappen over urine en het vergaste lijk van Anne Frank mogen niet als ‘strafbaar antisemitisme’ worden bestempeld en walgelijke vergelijkingen tussen de buitenschoolse activiteiten van katholieke priesters enerzijds en Robbert M. of Marc Dutroux anderzijds, mogen gewoon gemaakt worden.

Nee, die moeten gewoon gemaakt worden.
Flikker maar op.

Het maakt niet uit wiens tere gevoelentjes gekrenkt worden. Het is mijn plicht, als de laatste Rock ’n Roll-filosoof, om de mensheid te bevrijden van het juk der religie. We mogen niet langer onverschillig aan de zijlijn blijven staan en de strijd overlaten aan haatbaardjes aan de ene kant en stropdasjes aan de andere kant.

De haatbaardjes moorden in naam van de almachtige Allah. Een theedrinkende Arabier met zijn vinger in het poepertje van een minderjarig meisje en een paar dozijn maagden die smachten naar een martelaar.

De stropdasjes zwaaien verontwaardigd met het hun wetjes en regeltjes. Zo willen ze ons allemaal binnen de lijntjes laten kleuren als brave consumentjes. Alles staat bij hen in het teken van de Vrije Markt en van Economische Groei. Een aanslag als in Parijs? Dat is slecht voor het toerisme. Slecht voor de middenstand. Slecht voor de economie.

Dat soort inspiratieloze neoliberalen wil je niet laten meedenken over het inrichten van een aangename, tolerante, solidaire samenleving. Dat moet je overlaten aan mensen die er godverdomme voor hebben doorgeleerd. Je gaat zonder medische opleiding ook niet snijden in iemands lichaam en zonder zwemdiploma ga je niet vliegen in een helikopter.

Ten tijde van Socrates, de eerste Rock ’n Roll-filosoof, lieten de autoriteiten je nog uit de gifbeker drinken als je kritiek leverde op God. Maar toch leverde hij die kritiek. Toch bleef hij tot het einde toe trouw aan zijn overtuigingen en dronk die gifbeker leeg. Wat een held. Hij zou niet misstaan op de redactie van Charlie Habdo maar helaas is er na Socrates nog altijd geen zak veranderd. Je kunt anno 2015 beter zeggen dat je kinderen verkracht of zeehondjes doodknuppelt dan God beschimpen.

Want als je kritiek levert op geloof, staan er altijd wel een paar zotte haatbaartjes met schietgeweertjes op om een bloedbadje aan te richten. De wereld is niet veilig maar dat is ze nooit geweest. Je hebt altijd het risico gelopen om slachtoffer te worden van de religieuze geldingsdrang en zolang er overtuigingen zijn om voor te sterven, zul je altijd dit risico blijven lopen. De oorlogsretoriek van de laffe stropdasjes die wij onze leiders noemen, zorgt alleen maar voor een vals gevoel van veiligheid. Een schijnveiligheid.

Iedereen vindt zo’n terroristische aanslag als in Parijs zo moeilijk te bevatten en dat is raar want het is helemaal niet moeilijk te bevatten dat in naam van religie onschuldige mensen worden vermoord.
Dat doen religieuze fanatici al duizenden jaren.
Het feit dat nog altijd niemand durft te zeggen dat juist de georganiseerde, monotheïstische religies de kern van deze kwestie zijn, is een probleem. Nee, dat is hét probleem. Dát is niet te bevatten. Mensen blijven maar troost zoeken bij de illusie van een Opperwezen en lijken niet te willen begrijpen dat we juist daarom zijn overgeleverd aan de gewelddadige excessen van een aantal intolerante, gewelddadige en radicale geloofsgemeenschappen die ons gijzelen ons met angst.

De religies spelen handig in op de menselijke behoefte om hun identiteit ergens aan op te kunnen hangen en indoctrineren de domme massa om hun levensbeschouwelijke visie als superieur te beschouwen met als gevolg dat men stopt met zelf nadenken.

Sommige van die achterlijke gelovigen, – die met die rare hoedjes op hun fontanellekes, – mutileren hun kroost door ze te besnijden. Dit doen ze natuurlijk niet voor de hygiëne maar omdat hun vrouwen niks kunnen weerstaan waar tien procent vanaf is. De haatbaardjes vereren een profeet die zich op regelmatige basis vergreep aan minderjarige geitjes. Ze verbieden vrouwen om auto te rijden, gooien homo’s als straf voor hun geaardheid van een hoog gebouw en stenigen iedereen die anders denkt.

Om over de Christenhonden nog maar te zwijgen.

Zij stellen abortus en euthanasie gelijk aan moord, maar verdedigen wel hun kinderverkrachtende dienaren in plaats van godverdomme de onschuldigen te beschermen. Twee Weesgegroetjes en wat Onzevaders en ze zijn weer vergeven.
Nee. Religie is voor imbecielen.
Het heeft de afgelopen drieduizend jaar meer slecht dan goed gedaan en verdient absoluut geen respect meer. Toch moeten we religie, hoe kolderiek, krankzinnig en lachwekkend dat concept ook is, niet verbieden want verbieden druist regelrecht in tegen alles waar we in geloven als het gaat om vrijheid.

We gaan dus ons best doen om alle gelovigen uit hun tempel te pesten. Als mensen graag willen geloven in een illusionair opperwezen, mag dat best, maar iedereen is vrij om dit geloof te ridiculiseren, te bagatelliseren en door middel van satire te marginaliseren.

God is een menselijk verzinsel. Net als Nijntje, Pinkeltje, De Telegraaf en de Fabeltjeskrant. Daar mag niet voor gemoord worden. Ik snap dat het een enorme geruststelling is om alle verantwoordelijkheid voor de keuzes tijdens het leven voor de dood af te schuiven op de wil van God maar dat is lui. Dat is laf. We moeten accepteren dat we alleen zijn in een goddeloos universum en dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen keuzes.

Het is voor de mensheid goed om rond te dwalen in de duisternis met als enige zekerheid dat je helemaal niks weet. De dolende zielen worden gedreven door curiositeit en zoeken naar antwoorden om de mysteries van de kosmos te ontrafelen. Zij proberen op die manier zelf de grote vragen van het leven te beantwoorden. De vragen die er echt toe doen.

Vragen als – Waarom zijn we hier? Gebeuren dingen met een reden? Hoe kan ik leven als een goed mens?-
Zelf het antwoord op zoeken. Dat is ieders eigen verantwoordelijkheid.

Zelf zoeken is altijd beter dan een religieuze invulling te accepteren als ‘De Waarheid’ en volgzaam te worden. De oerkracht van de mensheid is een eeuwige behoefte aan nieuwe en betere kennis over het universum en religie onderdrukt deze natuurlijke nieuwsgierigheid door te zeggen dat zij de waarheid zijn.

Israël, het Derde Rijk, het Kalifaat, het heilige Roomse Rijk, het zijn allemaal dystopische waanideeën die met geweld aan ons worden opgedrongen. ISIS is een idee en een idee kun je niet bombarderen. Je kunt het enkel vervangen door een beter idee. Vrijheid, gelijkheid en broederschap bijvoorbeeld. Daarom is ISIS bombarderen voor de lieve vrede, godverdomme net zo zinloos als jonge meisjes neuken voor de lieve maagdelijkheid.

De angst mag niet overwinnen. We mogen ons niet laten beïnvloeden door een paar opgefokte Haatbaardjes in een jurk met een bomgordel en een schietgeweertje. We moeten nu niet inspiratieloos mee gaan dansen in hun neerwaartse spiraal van haat en geweld maar geloven in de kracht van onze vrijheid. De kracht van onze humor en onze argumenten. Zij hebben wapens nodig om hun gedachtegoed te kunnen verkopen. Wij hebben Hans Teeuwen.

De aandachtsgeile Haatbaardjes met bomgordels zijn niet links of rechts. Ze zijn geen christen, jood of moslim. Geen homo of hetero. Geen man of vrouw. Het zijn gewoon fucking Haatbaardjes. Haatbaardjes die samenwerken met andere Haatbaardjes wiens enige prestatie het is om een baard te laten staan. Ze geloven in een falend idee en hun strijd is gedoemd te mislukken.

De Haatbaardjes vallen namelijk Parijs aan. Ze vechten een ideologische oorlog met een volk dat genieten van het leven tot religie heeft verheven. Een oorlog tegen de uitvinders van Joie de Vivre.

Sta je best wel voor lul met je Sharia.

Een oorlog van cultuur, overtuigingen en levensstijl met Frankrijk, verlies je altijd. Van Michel de Montaigne, Marcel Proust en Edith Piaff tot Albert Camus, Jean-Paul Sartre, tongkusjes, chansons en Bordeauxwijnen en fliterloze Gauloises en chocoladecroissants… En dat liedje voor Dana.

Een volk dat een stuk of zes verschillende namen heeft voor een tosti. Een croque monsieur of een croque madame of een croque jeanette. – Dat zijn twee tosti’s op elkaar. – Dat vind ik grappig.

Je leeft pas echt als je ’s zomers ontbeten hebt in de Provence met de geur van lavendel en de warme wind van de Middellandse Zee in je bakkes.

Hou dus godverdomme allemaal op met bidden voor Parijs of voor Beiroet of voor de Palestijnen of voor welke brandhaard dan ook, maar leef alsof morgen niet bestaat en heb lief tot je tenen tintelen. We moeten zondigen. Vreet, zuip, snuif, rook, slik, spuit en neuk tot we allemaal geloven dat er geen groter goed is dan vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Een dikke middelvinger naar religie want zij is met haar pretentieuze antwoorden hoofdverantwoordelijk voor de idioten die naar de wapens grijpen om hun subjectieve visie op ‘De Waarheid’ te verdedigen.

Je zult geen humanist met een Kalesjnikov door de straten zien lopen, geen atheïst zal met een bomgordel een sportwedstrijd bezoeken en geen Evolutionist zal zichzelf opblazen in naam van de almachtige Charles Darwin.

We worden gegijzeld door een hele logische angst voor geweld en het ontbreekt onze leiders aan een eigen visie. Zij wijzen naar onze ‘Joods-Christelijke traditie’ en helpen op die manier ook niet echt mee met het zoeken naar hoop en liefde in een wereld zonder God. De ‘Joods-Christelijke traditie, de VOC-mentaliteit, Het zijn holle kreten. Hou daar godverdomme mee op.

Flikker op met je moraal. Moraal is een instrument van de zwakkeren om de sterkeren te onderdrukken. Flikker op met je fatsoen. Als wij niet meer mogen roepen dat we gepijpt willen worden door de meiden van Halal omdat er dan Fatwas uitgedeeld worden alsof het chlamydia is, hebben we feitelijk al verloren.

 

Optimist met een hamer

Een filosoof is geen wetenschapper maar een kunstenaar, een artiest. Hij moet zijn publiek verbluffen met onnavolgbare logica. Hij moet kunnen toveren met woorden. Alles moet in het teken staan van zijn werk. Hij moet puur blijven en zichzelf verliezen in de chaos. Hij moet trouw blijven aan zijn rebellie. Hij mag de stilte, de studie en de eenzaamheid niet schuwen.

Friedrich-Nietzsche-Sketch

Er is een dappere filosoof nodig om de diepste krochten uit de filosofie van Nietzsche te bezoeken en hem te doorgronden. Hij is de afgelopen honderd jaar genegeerd door de academische wereld omdat hij de filosofische vader van Hitlers rassenleer werd genoemd en een antisemiet zou zijn. Daarnaast is bij Nietzsche een andere vorm van interpretatie noodzakelijk dan die voor het begrip van filosofische geschriften gebruikelijk is. Die zijn doorgaans volgens stringente argumentatielogica opgebouwd. Nietzsche doet het anders en wordt daarom zowel verguisd als bewierookt.

Nietzsche was zonder twijfel één van de grootste denkers en schrijvers die de wereld ooit heeft gezien. Hij was briljant, diepzinnig, poëtisch, raadselachtig en onbegrepen. Iedereen kent de legendarische aforismen als ‘God is dood en wij hebben hem vermoord’ en ‘Wat me niet doodt, zal me sterken’ of ‘Kunstenaars zijn slaapwandelaars bij daglicht’, maar ook, ‘Zij die dansen zullen altijd als dwaas worden bezien door hen die de muziek niet horen,’ en wie is er niet groot geworden met klassiekers als  ‘Ah vrouwen. Zij maken onze pieken hoger en onze dalen frequenter,’ en ‘Liefde is een redmiddel tegen perfectie.’ Maar zijn werk inhoudelijk behandelen is lastig.

Nietzsche1

Friedrich Wilhelm Nietzsche wordt geboren in Rőcken, een klein dorpje ten zuiden van Leipzig, waar zijn vader dominee is van de Lutherse gemeenschap. Hij wordt geboren op 15 oktober 1844 en omdat koning Friedrich Wilhelm IV van Pruisen ook verjaart op die dag, en zijn vader erg loyaal is aan het Pruisische koningshuis, noemt hij zijn eerstgeborene Friedrich Wilhelm.

Zijn vader sterft in juni 1849 op 35 jarige leeftijd aan een  hersenaandoening en omdat de medische terminologie op het Duitse platteland in die tijd nog niet toereikend genoeg is om te verklaren wat er precies is gebeurd, is dit moeilijk te achterhalen. Er wordt gefluisterd dat hij krankzinnig is geworden maar dit werd door de familie met klem tegengesproken. Zijn echtgenote Fransiska zegt in een brief dat Karl Nietzsche van een betonnen trap was gevallen en zijn hoofd had gestoten maar dat is hoogstwaarschijnlijk niet de doodsoorzaak. Bij zijn autopsie wordt iets gevonden dat omschreven kan worden als een tumor. Duidelijk is dat Karl Nietzsche in zijn laatste maanden veel pijn heeft, niet meer kan spreken en langzaam blind wordt, hetgeen een diepe indruk maakt op zijn oudste zoon. Friedrich ziet zijn geliefde vader ‘geműtskrank’ worden.  Hij begrijpt niet waarom zijn vader zo moet lijden van dezelfde God die hij zijn hele leven naar behoren heeft gevreesd, gehoorzaamd en toegewijd heeft gediend. Daar verliest Friedrich een groot stuk van zijn geloof. De kern van de Lutherse leer is dat de mens zondig is en alleen maar gered kan als het geloof in Jezus Christus leidt tot genade van God. Nietzsche beredeneert dat het geloof van zijn vrome vader in Jezus Christus niet had geleid tot Goddelijke genade en trekt daaruit de onvermijdelijke conclusie dat de Goddelijke genade een fabeltje is en dat God misschien wel niet bestaat.

Een jaar later sterft ook zijn jongere broertje Ludwig Joseph. Moeder Franziska verhuist met Friedrich en zijn jongere zusje Elizabeth naar Naumburg waar ze gaan wonen met zijn grootmoeder en twee ietwat lijpe, ongehuwde zussen van zijn overleden vader. De komende tien jaar zou de jonge Nietzsche tussen vrouwen leven in een wereld van protestantse vroomheid. Dat maakt romantische relaties met vrouwen in zijn latere leven praktisch onmogelijk en jaagt hem indirect in de misogyne armen van een ascetische eenzaamheid.

Nietzsche4

Friedrich doet het goed op het Landesschule Pforta, een prestigieus internaatgymnasium met een lange geschiedenis. De school werd gesticht in 1543 en geldt als één van de beste religieuze internaten van Europa. Friedrich Nietzsche is een vriendelijke, gevoelige, bijna teerhartige en bescheiden jongen die graag piano speelt en urenlang toehoorders kan boeien met improvisaties op de vleugel. Zonder muziek zou zijn het leven voor hem een dwaling zijn. Hij is rustig, teruggetrokken en niet vrij van zorgen. De krassen op zijn ziel maken hem anders dan andere kinderen. Hij wordt gepest omdat hij zwaar op de hand is en zoekt al op jonge leeftijd zijn heil in eenzaamheid. Als hij alleen is met zijn gedachten, voelt hij zich beter dan tussen zijn leeftijdsgenoten.

Hij leest veel, vooral Griekse en Romeinse literatuur, schrijft prachtige gedichten en krachtige essays over het Griekenland van de antieke oudheid, en componeert voor piano. Op het gymnasium richt hij met twee vrienden de literaire sociëteit ‘Germania’ op waar ieder lid verplicht was om eens per drie maanden een werkstuk voor te leggen. Dat mocht een gedicht zijn maar ook een muzikale compositie, een architectonisch ontwerp of een essay. De anderen hadden dan als plicht om het voorgelegde werk zo scherp mogelijk te bekritiseren. In de zomer van 1863 stoppen zijn vrienden met de sociëteit omdat de kritiek van Nietzsche vaak te fel van toon was.

Het was voor de jonge intelligente Nietzsche niet meer dan logisch om in de voetsporen van zijn overleden vader te treden en dus ging hij na het gymnasium in 1864 theologie studeren in Bonn. Niet alleen zijn vader was dominee bij de Lutherse kerk, maar ook zijn grootvader en een aantal van zijn ooms waren functionarissen binnen de gemeenschap. Hij kan echter de blinde sprong van vertrouwen, die religie van haar volgers eist, niet maken. De eerste haarscheurtjes in zijn geloof komen aan het licht als hij door extreme hoofdpijn een paar weken thuis in Naumberg doorbrengt bij zijn moeder. Er ontstaan verhitte discussies over hun Christelijke geloof. Hij wil niet meer mee naar de kerk, ziet geen relevantie meer voor God en stopt na één semester, tot zijn moeders verdriet, met zijn studie theologie. Hij zegt daar zelf over dat ieder geloof onfeilbaar is omdat men altijd kan vinden wat men hoopt te vinden maar hij ziet dat religie geen enkele ondersteuning biedt bij het vaststellen van een objectieve waarheid. Nietzsche stelt dat als men rust zoekt en gelukkig wil zijn, religie prima is, maar als men volgeling van de waarheid wil zijn, mag men nooit stoppen met zoeken. Nietzsche kiest voor filologie en verruilt in 1865 Bonn voor Leipzig.

nietzsche-pic

Het jaar 1865 is ook om een andere reden erg belangrijk in de vorming van zijn gedachtegoed. Bij een antiquariaat in Leipzig ontdekt hij ‘Die Welt als Wille und Vorstellung’ van Arthur Schopenhauer. Tegen zijn gewoonte in koopt hij het boek en begint meteen met een nauwgezette studie van de inhoud. Hij is erg onder de indruk en zou grote delen van Schopenhauers metafysica overnemen om de goddeloze leegte op te vullen maar daarna neemt hij afstand van de metafysica als geheel omdat het ons schijnantwoorden schenkt en geen waarheden.

De jonge Nietzsche brengt ook veel tijd door met Richard Wagner in wie hij de redder ziet van het decadente Duitsland. Wagner laat in zijn opera’s de geest van de Griekse tragedie herleven, waarin de held zelfbewust en krachtig handelt, maar tegelijk de kracht heeft om zich te voegen naar het noodlot dat voor hem is weggelegd. Ook een ander centraal thema in het vroege werk van Wagner, -het lot der vaderloosheid voor de protagonisten -, moet hem aanspreken. Daarnaast is Wagner controversieel, excentriek en uitgesproken antisemitisch en anarchistisch. Hij wordt de vaderfiguur die Nietzsche nooit heeft gehad maar in deze vader-zoon-relatie ligt onvermijdelijk besloten dat Wagner op een bepaald moment keihard van zijn voetstuk zal vallen. Dat hoort zo. Dat is een onderdeel van het leven. Iedere man beseft op een bepaald moment dat zijn vader niet de beste en sterkste man ter wereld is.

Ondertussen leidt de industriële revolutie ook op het vasteland van Europa tot een meer materialistische levensbeschouwing waarin zaken –en mensen- worden beoordeeld op hun nuttigheid. In het Utilitarisme wordt de morele waarde van een handeling afgemeten aan de bijdrage die deze handeling levert aan het algemeen nut en onder het algemeen nu wordt verstaan: het welzijn en geluk van alle mensen. Nietzsche fileert deze visie. Maximalisatie van het economisch nut als moreel centrum van de maatschappij is een slechte zaak want het onderdrukt de sterke individuen en het is aan hen om een betere wereld te scheppen. Moraal is een manier voor de zwakkeren om de sterkeren te onderdrukken en wordt in het utilitarisme gebruikt door een kleine groep industriëlen om hun winst te maximaliseren.

Ook het socialisme van Marx kan hem niet bekoren omdat zij veel te veel op de kracht van het collectief leunt en op die manier het individu beperkt in zijn persoonlijke ontwikkeling. Nietzsche gelooft in de kracht van het individu, walgt van kuddegedrag en kijkt neer op de massa, of de kudde zoals hij het noemt. Het maakt hem niet uit of dit kuddegedrag nu christelijk gemotiveerd is of utilitaristisch of socialistisch. Nietzsche ziet een mens voor zich die zich los maakt van het systeem en op zichzelf steunt.

friedrich-wilhelm-nietzsche-french-school

Zijn wijsgerige gedachten floreren in de jaren na de Frans-Duitse oorlog (1870-1871). Nietzsche meldde zich in aan het begin van de strijd nog aan het front als een echte Patriot maar hij blijft maar een week omdat hij van zijn paard valt, dysenterie oploopt en volledig gedesillusioneerd is door het gebrek aan geestdrift en het gevoel van eenheid van het nieuwe Duitsland. De groeiende macht van Duitsland en het meegroeiende nationalisme na deze oorlog waren voor Nietzsche aanleiding tot kritiek en bezorgdheid. Deze kritiek verwoordt hij in vier delen onder de titel ‘Unzeitgemässe Betrachtungen’ (1873-1876). De eerste beschouwing is een afrekening met David Strauss, het type azijnpissende, Duitse cultuurfilister waar Nietzsche op spuugt. De tweede beschouwing gaat over de groeiende ballast van historische kennis die het eigenlijke leven dreigt te verstikken. De derde en de vierde studie over de waarde van Schopenhauer en Wagner voor een nieuwe generatie, zijn een lofzang over zijn eigen meesters en een warm pleidooi om hen te beschouwen als opvoeders tot een nieuwe, veredelde cultuur.

Vlak na deze periode breekt hij met Wagner omdat deze, in de ogen van Nietzsche, een knieval had gemaakt naar het christendom. Het succes, gematerialiseerd door de opening van de opera in Bayreuth, had Wagner decadent gemaakt en dus kon hij geen idool meer zijn voor de oprechte Nietzsche. Wagner donderde hard van zijn voetstuk.

Ook breekt hij rond 1880 met de filosofie van Arthur Schopenhauer. Nietzsche vond dat het leven meer was dan alleen maar lijden zoals Schopenhauer en het protestantisme om verschillende redenen propageren. Schopenhauer kan wel oordelen over het leven dat het niet deugt, maar wat bewijst dat? Hij noemt ‘de wil’ een noodzaak. Blind, dom en onvrij. De noodzaak der natuur. Nooit verzadigd, altijd op zoek en deze eeuwige drang van ‘de wil’ maakt van de wereld van Schopenhauer voor alles een tranendal. Nietzsche wil dit pessimisme verslaan en op het moment dat hij fysiek door een diep dal gaat, lukt hem dat ook. Hij overwint zichzelf en onderkent de schoonheid en de waardigheid die verborgen ligt in lijden.  ‘De wil’ wordt niet bovenmenselijk opgelegd, zoals Schopenhauer proclameert, maar komt uit de mens zelf. Het is de intrinsieke noodzaak om de existeren zoals men belieft dat ons leidt of zou moeten leiden. Nietzsche wordt na deze openbaring nog kritischer ten opzichte van kunst en metafysica. Hij zoekt in toenemende mate zijn heil in wetenschap en neigt in deze periode zelfs tot een naturalistisch positivisme.

De academische wereld laat zijn werk links liggen. Menschliches, Allzumenschliches (1878) en Die frőliche Wissenschaft (1882) verkochten nauwelijks en werden nergens serieus besproken. Mede ook door een almaar verslechterende gezondheid, stopt Nietzsche als hoogleraar aan de universiteit van Basel en gaat als eenzame maar vrije filosoof zwerven door Europa. Hij zoekt naar een geschikt klimaat voor zijn fragiele gezondheid. In de zomer brengt hij veel tijd door in Sils Maria, in de Zwitserse Alpen, waar de bergen hem inspireren en de schone lucht hem goed doet. In de winter verblijft Nietzsche aan de Franse of Italiaanse Riviéra, waar het wat warmer is.  In de winter van 1882-1883 is hij aan de baai van Rapallo. Op één van zijn wandelingen door de heuvels met uitzicht op zee, wordt Nietzsche overvallen door het idee voor  ‘Also sprach Zarathustra.’

Deze briljante, poëtische vertaling van zijn wijsgerige gedachten, wordt ook geen direct succes. Het verkoopt zo slecht dat hij het derde deel in eigen beheer moest uitgeven maar hij wilde koste wat het kost gelezen worden. Zijn medeacademici lieten zijn werk nog altijd links liggen en de boeken wisten aan het eind van de 19e eeuw ook de gewone mensen niet te bereiken. Later, tijdens de eerste wereldoorlog, zou ‘Also sprach Zarathustra’ met de Bijbel het meest gelezen boek zijn door Duitse soldaten aan het front.

Nietzsche2

Friedrich Nietzsche vereenzaamt en verbittert maar desondanks groeit in de beklemmende stilte die hem omgeeft zijn gevoel voor eigenwaarde. Zijn taal wordt steeds hartstochtelijker en zijn toon luider. Hij schrijft alsof hij bezeten is. Acht meesterwerken in krap drie jaar. De overspannen productie blijkt een voorbode voor de catastrofe die zou volgen.

In het voorjaar van 1888 krijgt hij dan eindelijk voor het eerst academische erkenning voor zijn werk. Georg Bendes doceert aan de universiteit van Kopenhagen zijn werk aan een nieuwe generatie filosofiestudenten. Lang kan hij niet van zijn roem genieten want in januari 1889 stort Friedrich Nietzsche in. Het bekende verhaal vertelt ons dat hij een afgeranseld paard omhelst en uitroept dat hij de pijn van het paard kan voelen. Dat wordt nergens officieel bevestigd maar ook nergens ontkracht. Waarschijnlijk is het een mythe gebaseerd op de antieke Griekse filosoof Diogenes van Sinope, de eerste cynicus, die wel vaker dit soort acties had, en een uit ‘Misdaad en Straf” van Dostojevski, waar Nietzsche een groot bewonderaar van was.

Nietzsche7

De brieven die hij deze maanden schrijft aan oude vrienden en collegae, zijn zo verontrustend dat zij hem terughalen uit Turijn. Zijn toon is paranoïde en hij heeft waanbeelden dat hij de keizer gaat neerschieten en dat hij Dionysios is. Hij wordt opgenomen in een kliniek in Jena waar hij een jaar verblijft voordat hij terug verhuist naar Naumberg waar hij de rest van zijn leven zal worden verzorgd door zijn moeder en zijn zus.

De grootste ironie in het leven van Nietzsche is dat hij als een weerloos kasplantje eindigt bij zijn zus en moeder, die hij niet bijzonder graag mag met hun weerzinwekkende vroomheid en hypocriete deugdzaamheid. Terwijl zijn verlamde hersenen gevangen zitten in een falend lichaam, wordt hij in leven gehouden door twee Lutherse extremisten die het leven als een Heilig godsgeschenk beschouwen. Hij vervaagt en is geen schim meer van de briljante filosoof die hij eens was. In 1891 meldt een gedesillusioneerde bezoeker dat Nietzsche zelfs geen piano meer kan spelen. Hij heeft geen gevoel voor ritme meer, en alles wat hij speelt is verwarrend en vals. Nietzsche wordt steeds meer apathisch, is bijna blind en praktisch verlamd.

Elizabeth, wiens echtgenoot in Paraguay in 1889 zelfmoord pleegt nadat de puur Arische kolonie – Nuevo Germania – die zij wilden stichten, mislukt was, keert in 1893 terug naar Duitsland en trekt in bij haar moeder om voor haar broer te zorgen. In de jaren die volgen doet ze haar best om zijn nalatenschap te beheren en haar broer uit te melken. Ze verhuist hem en zijn manuscripten, correspondentie en studiemateriaal naar Weimar en maakt ruzie met iedereen die het werk van haar broer wil interpreteren nu hij dit zelf niet meer kan. Ze nodigt mensen uit om naar haar inmiddels toch wel beroemde broer te komen kijken en ze denkt dat ze de enige is die hem begrijpt en weet wat hij wil.  Het is vooral haar schuld, en die van Martin Heidegger, dat Nietzsche werd gezien als de vader van het Nationaal Socialisme in Duitsland en het Fascisme in Italië. Dat terwijl hij in zijn filosofie fel antinationalistisch is, hij zijn Duits staatsburgerschap opgeeft en Elizabeth meerdere malen belachelijk maakt omdat ze een antisemitische man trouwt.

In april 1897 sterft zijn moeder maar Nietzsche is dan al zover verdwaald in zijn schemerwereld dat hij het overlijden van Franziska niet eens opmerkt. Het zou nog iets meer dan drie jaar duren voordat de dood hem ook bevrijdt uit het stoffelijke omhulsel dat hem al jaren gevangen houdt. Hij sterft op 25 augustus 1900 op 55-jarige leeftijd aan een longontsteking.

Door zijn vroege dood heeft hij zijn grote herwaardering van alle waarden nooit af kunnen maken en wordt hij de martelaar van zijn filosofie zoals ieder mens eigenlijk martelaar is van zijn eigen oncontroleerbare oerwil. Nietzsche leidde een kort en eenzaam leven vol hartzeer en tegenslag. Naast een slechte gezondheid en het vroeg verliezen van zijn vader en broertje, knaagt de eenzaamheid aan hem. Hij noemt het maar een voorwaarde voor een filosoof maar weet ook dat een leven gedeeld in liefde veel beter is. Geliefden bouwen samen een nest, een thuis. De eenzame filosoof leeft in zijn hol en alles staat in dienst van zijn werk.

We moeten zijn werk beschouwen als hoopvol en optimistisch. Hij ziet de mens als een schakel tussen de beesten en de ‘übermenschen’. Het is hoopvol om te geloven dat wij kunnen evolueren in zoiets moois. Nietzsche is geen antihumanist maar wel een tegenstander van het humanisme als het zoveelste theïsme. Dit soort paradoxen maken hem ingewikkeld om te bestuderen. Zo is hij wel fel antimoralistisch maar maakt dit hem nog niet immoreel.

Een van zijn laatste werken ‘Ecco Homo’ (1889) eindigt hij met de vraag aan de mensen: Waarom ben ik het lot? Zoals het een ware filosoof betaamt, beantwoordt hij die vraag zelf. Zijn antimoralistische waarheid heeft de vernietigende kracht van intellectueel dynamiet. De christelijke slavenmoraal, die deugd maakt van lafheid, die met hypocriete regels komt om te verhullen wat de zwakkeren wensen maar niet kunnen krijgen, en verheerlijken wat ze hebben, ook al willen ze dat niet. Zwakke mensen worden goed genoemd, onderwerping aan de heersers die men haat, wordt gehoorzaamheid en zo wordt religie een tempel van bittere ontkenning van de aard van de mens. Het regeert de westerse wereld al 2000 jaar als een ziekte. Het zou voor de mensen veel beter zijn als Dionysios wordt gekroond tot Messias in plaats van Jezus.

 

Zes tips die niet helpen tegen de warmte

1. Wat te doen als je fret niet van Game of Thrones houdt?
Je kent dat wel. Zit je lekker met een zak chips en een glaasje prik op de bank, klaar om de laatste afleveringen van Game of Thrones te kijken, begint je fret te zeuren dat hij het een kutserie vindt. Wat doe je dan? Ga je met hem in gesprek? Probeer je duidelijk te krijgen waarom hij het een vervelende serie vindt? Wij raden je aan om dat niet te doen omdat fretten niet voor rede vatbaar zijn en gewoon The Sopranos of een verzamel-cd van Queen op te zetten.

2. Je hebt een derde afspraakje met topmodel Lonneke Engel maar ze blijkt een paardenmeisje. Neuk je toch met haar?
Tijdens het derde afspraakje eten jullie een vegetarische pasta en vertelt ze uitvoerig over haar voorliefde voor paarden. Natuurlijk neuk je haar daarna gewoon, ze is nog altijd een lekker wijf.

3. Naast je in de auto zit een actrice die in de jaren ’90 in een serie over strandwachten speelde maar je weet niet meer welke. Welke twee liedjes van Bløf kun je dan het beste opzetten?
De eerste is een no-brainer: ‘Blauwe ruis’. Daar hoef ik verder niet op in te gaan. De tweede is wat lastiger. ‘Liefs uit London’ niet en ook ‘Hier aan de kust, de Zeeuwse kust’, zou de stemming weleens negatief kunnen beïnvloeden. ‘Holliday in Spain’ misschien? Met de Counting Crows? Nee. ‘Harder dan ik hebben kan’ is natuurlijk de beste tweede optie.

4. Bob de Jong stopt na dit seizoen met schaatsen.

5. Je moeder droomt al de hele week over een Thaise Transseksueel. Welke badschuim kun je dan nog gebruiken?
Ik raad eigenlijk altijd Badedas aan. Gewoon die groene. Maar in deze precaire situatie raad ik Kruitvat Huismerk aan. Die roze. Jasmijn is dat geloof ik.

6. Een staatsgreep in Oostenrijk zou de schuldencrisis in Griekenland op kunnen lossen. Welke RTL-Boulevardpresentator moeten we sturen?
Gelukkig is Beau van Erven Dorens na de zomer weer terug bij Boulevard en hoewel ik graag Daphne Deckers of Froukje de Both zou sturen, en ook de mogelijkheid om Albert Verlinde nooit meer terug te zien aanlokkelijk is, kies ik toch voor Jan Kooijman.