Monthly Archives: September 2016

When-people-ask-who-I-think-I-am

Post anaal depressief

Iemand zei: “Dit is Annabel. Ze moet nog naar het station. Jij hebt een auto, dan kun je haar toch wel even brengen?”

Ik heb inderdaad een auto en niet heel veel te doen, dus dat kan best

Laten we eerst mijn cartooneske bestaan tot het moment dat iemand Annabel aanwees even pornofraseren. Pornofraseren is de beste manier om mijn liefdeloze leven als pornoacteur samen te vatten.

Ik heb geneukt op alle mogelijke manieren die met liefde niks te maken hebben. Het was vies. Het was onverschillig. Het was soms in groepsverband. Ik ben gepijpt door iedere leeftijdscategorie die nog enigszins warm was. Ik heb seks gehad met lilliputters in alle kleuren van de regenboog, en een eindeloze rij van dikke, kansloze blondines in de kont geneukt. Duitse blondines, Franse blondines, Tsjechische blondines, Britse blondines, Zweedse blondines, Vlaamse blondines en natuurlijk Hollandse blondines. Ze schreeuwen allemaal op dezelfde manier als je de artiesteningang forceert. En ik hou niet eens van anale seks. Ik ben wel fan van meisjes die soms de achterdeur open zetten, maar ben zelf absoluut geen fanatieke bipsridder.

Ik verhuisde naar California want dat zou het beloofde land zijn, het Israël van de pornoindustrie. En toegegeven, het was daar eventjes leuk, eventjes spannend, eventjes geil, maar na een poosje denk je, als je gepijpt wordt door drie wijven, die alle drie Holli –met een i heten,- aan je favoriete snackbarsnacks, en maak je in je hoofd een top drie. Ik miste de Frikandel Speciaal, de Bitterbal, en de Kapsalon, hoewel dat niet echt een snackbarsnack is, en keerde terug naar Nederland waar de producties nog ongeïnspireerder en groezeliger waren geworden in mijn absentie. Kijk maar eens een stukje polderporno met Kim Holland en je snapt wat ik bedoel. Die heeft geen ziel. Dat kan niet.

Vorige week moest ik, in een clownskostuum, zonder reiskosten, naar fucking Kerkrade om daar, met zeven andere mannen, een net achttien jarig meisje aan het huilen te maken, vast te binden, en gezellig in haar gezicht te ejaculeren. Voor dat Limburgs grietje was dit schijnbaar een fantasie. Voor mij, ik was clown nummer drie, was het een moment om iedere beslissing die ik ooit heb genomen in twijfel te trekken.

Ik word er kotsmisselijk van. Het zou een tijdelijke job zijn. Ik zou het een jaartje doen. Misschien twee of drie, daarna zou ik promoveren naar een soap of sitcom, maar nu is het ruim vijftien jaar later, weet iedereen dat ik echt niet kan acteren, en zijn de vieze wijven niet meer te tellen.

De walging voor mijn liefdeloze malaise, probeer ik in mijn vrije tijd te verjagen met Blauwe Chimay, heel veel wiet, South Park, Forza Motorsport op de X-Box, en retroporno uit de jaren zeventig en tachtig. Daar masturbeer ik op en dat noem ik trainen. Niet dat ik geil op tennissokken en snorren en rughaar, of op enorme bossen schaamhaar waar een vrouw achter zou moeten liggen, maar omdat ik weet dat het AIDS-virus die hele generatie acteurs en actrices lachend heeft uitgemoord.

Tot zover de pornofrasering.
Iemand stelt Annabel aan me voor.

Ze herkent me maar kan me niet direct plaatsen.
Dat zie ik aan de lege, schaapachtige blik als ze eventjes te lang mijn hand vasthoudt. Het gebeurt vaker als ik mijn broek aan heb.
“Mag ik ook zo’n flesje bier voor ik naar het station ga?” Ze wijst naar de Blauwe Chimay en gaat zitten.
“Dat is trappist,” mompel ik.
“Mag ik ook zo’n flesje trappist voor ik naar het station ga dan.”
Ik zucht en en sta op.
In de rommelige keuken open ik een nieuw flesje en spoel een glas af. Ze volgt iedere beweging met haar ogen. Ik voel het.
“Heb ik je ooit op televisie gezien?,” vraagt ze als ik weer ga zitten.
“Dat kan.”
“Heb je in een reclame gespeeld of zoiets?”
“Ja… Of zoiets.” Ik steek nog een keer mijn jointje aan.
“Je hebt zo’n bekend gezicht,” zegt ze en probeert al wuivend de rook te verjagen.

Het is raar om te zeggen dat ik een bekend gezicht heb want want in het merendeel van mijn films komt mijn bakkes niet in beeld. Het gaat niet om mijn hoofd. Ik ben slechts een hulpmiddel om de vieze pornopopjes op hun mooist te tonen. Niemand kent mij echt. Niemand weet welke kleur mijn ogen zijn. Niemand weet dat ik de lekkerste eiersalade ter wereld maak. Niemand weet dat ik het liever koud heb dan warm. Niemand weet dat ik vroeger eigenlijk bobsleepiloot of boswachter wilde worden.

“Je hebt echt bizar lange wimpers. Weet je dat?”

Ik kijk naar Annabel. Het is een mooi meisje met blond haar. Het type tennisles en stijldansen. Niemand heeft ooit gezegd dat ik bizar lange wimpers heb. Zeker niet zo’n meisje waar nog glans op zit. Die nog klasse heeft. Annabel faket haar orgasmes niet. Dat weet ik zeker. Vooruit, ze faket haar orgasmes niet zo luidruchtig en theatraal. Annabel is niet pornomooi maar meer bibliotheekmooi.

Het is een meisje met een HAVO-diploma dat in haar vrije tijd een klarinet of een dwarsfluit vingert. Geen meisje om in haar mond te spugen. Ik heb dat niet, die HAVO-glans. Niet dat ik de sluitpost der menselijke intelligentie ben, maar zelfs in een pornofilm ben ik geen geloofwaardige bolleboos.

Ik wil haar een compliment wil maken over haar prachtige bruine ogen maar ze trekt een beetje een vies gezicht. Ze ziet het.
“Jij bent Big Willy, The Fucking Dutchman,”stamelt ze.
Ik knik. Shit. Ik ben ontmaskerd.

Nu gaat Annabel vragen of ze mijn piemel mag zien. Dat gaat altijd zo. Dat hoort bij mijn vak schijnbaar. Ik word niet op feestjes uitgenodigd omdat ik zo’n gezellige vent ben, maar omdat ik na een paar borrels mijn lul op de pooltafel leg als dat gevraagd wordt. Ze kijken naar mijn kruis alsof het gemaakt is van Nutella. Als meisjes mij bellen om te zeggen dat ze in een bubbelbad zitten, willen ze niet praten over Zaratoestra, maar willen ze de inhoud van mijn broek bestuderen. Ik ben een leuke avond die je niet mee naar huis neemt om voor te stellen aan papa en mama.

Ik ben een pik op pootjes. Wat ik denk, wat ik voel en wie ik ben is niet belangrijk. Niemand koopt met mij een gezinswagen. Ik heb wel een paar keer in een gezinswagen gezeten maar toen speelde ik een vader die de babysitter naar huis moest brengen en betrapt werd door de moeder van de babysitter… Jullie weten wel hoe dit pornosprookje verder gaat. Ik wil dat niet meer. Ik wil niet meer neuken.

“Mijn bier is op. Breng je me even naar het station?”

Ze neemt nog een slok en kijkt me aan. Hoe meer ze drinken, hoe moeilijker het is om mijn broekje aan te houden en ik wil mijn broekje aan houden. Ik moet mijn broekje aan houden. De tijd dat ik mijn broekje uit trek voordat ik over mijn voorliefde voor Franse existentialisten toelicht, moet echt voorbij zijn.

In de auto draait Annabel het raampje open om te ontsnappen aan de indringende wietlucht. Het is best een mooi meisje en het is best een mooie dag maar toch zou ik liever in bed liggen nu. Alleen.
“Waar ga je naartoe?” vraag ik.
“Parijs,” antwoordt Annabel.
“Leuk.”

Er valt een stilte. Het is de ongemakkelijke variant. Het gesprek slaat dood als een glas bier waar een pinda in valt. Ik wil met haar mee. Niet dat ik haar overdreven leuk vind, of per se naar Parijs wil, maar ik wil gewoon weg. Ik doe nooit wat ik zelf wil. Ik zit iedere dag in de sportschool terwijl ik liever een boek zou lezen. Het hoeft dan niet eens een goed boek te zijn. Het mag ook best iets van Dan Brown of Stephen King of John Grisham zijn maar zelfs Harry Potter  is me vijftig tinten niet gegund.

Annabel stapt uit en bedankt me voor de rit naar het station. Ik krijg drie zoenen op mijn wangen. Ze zegt dat ze het leuk vond om me te ontmoeten maar vraagt me niet mee naar Parijs. Natuurlijk niet. Ik kijk haar na. Ze zal nooit van me houden. Dat soort meisjes gaan nooit van mij houden.

Shit zeg. Ik moet echt een andere hobby zoeken. Eentje waarbij ik mijn kleren aan mag houden. Volgende maand word ik 36 en dan is het legaal om meisjes te neuken die half zo oud zijn. Dan ben ik echt een oude viezerik.

Eerst gaat overmorgen mijn miserabele carriere gewoon verder. Dan moet ik een habijt aan en staat er een Aziatische tweeling uit Luik op het menu. Met een paar andere kerels. Ik ga echt eens vragen of zij wel reiskosten krijgen.

Annabel zwaait niet eens.

 

milkyway

De kosmos heeft een plan

De wetenschapper die enkel gelooft in wat hij kan bewijzen, is als een wielrenner die in het donker een berg beklimt. Zijn hartslag is maximaal en hij staat op de pedalen. Als hij naar boven kijkt, ziet hij de top niet door de duisternis. Hij ziet niet hoe ver hij nog moet klimmen en zijn onwetendheid maakt hem moedeloos. Hij weet niet waar hij naartoe gaat. Zijn kennis brengt hem wel verder en de voorwaartse beweging is volgens Einstein essentieel om in balans te blijven maar diezelfde Albert Einstein wist ook dat zonder fantasie die kennis, hoe diepgaand ook, geen licht schenkt om de fietsende fysicus te leiden terwijl hij strijdt met de genadeloze berg. Om de top te kunnen zien, moet hij eerst begrijpen dat er dingen zijn die hij niet begrijpt. Hij moet zich weer laten verbluffen door de schoonheid van de kosmos.

De mens kijkt al vol verwondering naar het universum sinds de eerst Neanderthaler zijn grot verliet. Eerst verzon men mythes om de wereld te verklaren maar door de jaren heen maakte mythe plaats voor logos en met de komst van logos verloor de mens beetje bij beetje haar verwondering. Donder wordt niet veroorzaakt door Thor, die boos was of iets te vieren had, en met zijn hamer op de wolken sloeg, maar donder ontstaat omdat een bliksemschicht de lucht zo sterk verhit dat deze uitzet. Deze uitzetting veroorzaakt een geluidsgolf die door de waarnemer wordt ervaren als een opeenvolging van knallen. Bijna net zo leuk Thor met een hamer natuurlijk.

In het voorbeeld van de donder ligt al een causaal verband verborgen. Het is namelijk een wetmatigheid dat de lucht door een bliksemschicht zo sterk verhit wordt dat deze uitzet. Dat is niet toevallig, dat gebeurt iedere keer. Ook zal de uitzettende lucht iedere keer een geluidsgolf veroorzaken die iedere keer door de waarnemer wordt ervaren als donder. Hier is sprake van fysische causaliteit. Het zijn wetmatigheden en alle natuurwetenschappelijke wetmatigheden samen geven ons een goed beeld van hoe de kosmos werkt.

Natuurwetenschap verklaart hoe alles werkt maar geeft geen antwoord op de vragen des levens waar de spirituele mens zich in de 21ste eeuw mee bezighoudt. Waarom zijn we hier op aarde? Heeft ons bestaan een doel? Wat is een ziel? Wat is God? Hoe is het universum begonnen?

Voor antwoorden op die vragen moeten we kijken naar de metafysica, vaak liefdevol omschreven als de eerste filosofie. Deze tak van sport ontstond tijdens de overgang van mythe naar logos om de waardering voor de verbluffende schoonheid van het universum te duiden. De natuur doet niks zonder doel, dat wisten de Oude Grieken al, dus waarom zou ons bewustzijn, onze energie, onze ziel, wel doelloos opperen? De natuur, waar wij als Homo Sapiens onderdeel van zijn, is een nauwkeurig in elkaar passend geheel. De radertjes zijn zo goed op elkaar afgestemd dat het bijna onmogelijk is om nog te spreken van toeval en willekeur. Het is aannemelijk dat we leven in een deterministisch universum hetgeen indirect impliceert dat de kosmos een plan heeft.

Naast alle fysische wetmatigheden is er dus misschien ook wel een soort metafysische causaliteit. Dat blijft natuurlijk een speculatie in een wereld vol abstracties. In de metafysica kan niks worden bewezen want die kennis ligt vooralsnog buiten ons kenvermogen. Daarom zijn deze vraagstukken niet benaderbaar met rede en logica maar wellicht leveren studie, fantasie, meditatie en hallucinogenen overtuigingen op die de filosofische nieuwsgierigheid bevredigen.

Gelovigen kijken naar de schepping en roepen dan meteen dat ons prachtige universum wel het werk van God moet zijn. Zoveel schoonheid, daar moet een Goddelijke intelligentie achter zitten. Zij zeggen dat niet de kosmos een plan heeft maar geloven dat God een plan heeft en voor dat Goddelijke plan in zeven dagen de kosmos heeft gebouwd. We kunnen het ‘Wezen God’ niet ontkennen, noch kunnen we Zijn bestaan bewijzen. We zijn op dit punt veroordeeld tot onwetendheid. Ik wil wel aantekenen dat de religieuze invulling van het ‘Wezen God’ in mijn ogen niet juist kan zijn. Als Hij de kosmos heeft geschapen, in dienst van de mens, zijn favoriete schepping, zou hij dan, gelijk een sadistisch toeschouwer, toekijken hoe honger, corruptie, oorlog en milieuvervuiling zijn meesterwerk kapot maakt? Enkel omdat het voor hem amusant is om de mens een ‘Vrije Wil’ te geven? Dat kan ik niet geloven. Als er een alwetende God is, zal deze door zijn alwetendheid in essentie onverschillig zijn dus in plaats van een wraakzuchtige Godheid, zie ik een Onbewogen Beweger, los van tijd en ruimte, die de kosmos in gang heeft gezet en verder boven het verhaal staat.

De kosmos heeft een plan maar wat is de opzet? Het zien van dit kosmische plan brengt ons dichterbij antwoord op de vraag waarom wij hier op aarde zijn. Dat is de belangrijkste metafysische vraag. Ons kenvermogen heeft beperkingen maar er is een transcendente werkelijkheid waar wij soms een glimp van opvangen. Denk maar eens aan die tante die naar de dokter gaat voor een bultje in haar nek dat ze niet vertrouwt maar wat niks blijkt te zijn. Wel vinden ze bij datzelfde bezoek een verdachte moedervlek dat een kwaadaardig melanoom blijkt te zijn. Dat was niet ontdekt als ze niet naar de dokter was gegaan. Men spreekt hier vaak over toeval maar in een gedetermineerd universum bestaat geen toeval. Tante was niet op de juiste plek op het juiste moment. Dat bestaat niet. Net zo min als het slachtoffer van een roofoverval simpelweg op de verkeerde plek was op een verkeerd moment.

Ook de ontmoetingen met andere mensen zijn onderdeel van het kosmische plan. Het sterke gevoel dat ze voorbestemd zijn, is een tipje van die sluier. Alles wat gebeurt is afhankelijk van een oneindige serie oorzaken en dat maakt iedere ervaring bijzonder. Een ontmoeting is van zoveel factoren afhankelijk dat het statistisch erg onwaarschijnlijk is maar toch voelen ontmoetingen als onvermijdelijk en heeft ieder rendez-vous heeft een functie.

Het gevoel dat iets voorbestemd is, is een glimp van de transcendente werkelijkheid. Dat is metafysische causaliteit. Dat is een blik in het plan van de kosmos en dat zien we pas als we beter kijken. Als we meer tijd nemen en het leven met meer aandacht benaderen.

Als de mens niet vrij is en moet leven met een plan van de kosmos dat onmogelijk is om te kennen, leeft hij in een absurd en paradoxaal, maar niet vijandig, universum. De filosoof moet zoeken naar de onkenbare essentie want daar ligt het antwoord op de metafysische kernvraag; Waarom zijn wij hier op aarde?

Dat antwoord ligt vooralsnog buiten ons kenvermogen hetgeen het stellen van die vraag een redelijk zinloze exercitie maakt. Omdat de filosoof toch zoekt, is hij de echte absurde held. Hij zoekt naar de essentie met de zekerheid dat hij hoogstwaarschijnlijk niks gaat vinden.

Waarom moet hij dan toch zoeken? Hij moet zoeken omdat zijn zoektocht troost kan bieden. Metafysische filosofie kan dienen als verlichting voor de fietsende fysicus. Met deze filosofie kan hij de top van de berg kan zien. Het maakt zijn beklimming niet eenvoudiger, het slopende stijgingspercentage zorgt nog altijd voor brandende beenspieren, maar nu hij de top kan zien, wordt het lijden wel minder uitzichtloos. Daarom moet de metafysische filosoof zijn queeste documenteren. Zo zijn de filosofen een lichtpuntje voor de ploeterende fysici die kunnen accepteren dat er zaken zijn die hij niet kan begrijpen.

socrates2

Het eerste evangelie van de laatste Rock ‘n Roll-filosoof

Toen ik zeker wist dat een voetbalcarrière niet tot de mogelijkheden behoorde, ben ik wiet gaan roken en zoals alle Stoners, wilde ik de wereld verbeteren.
De wereld verbeteren. Ik nam nog een trekje van mijn epische joint en besefte dat een beter milieu altijd begint met een idee. Dus ging ik wijsbegeerte studeren.

Helaas leerde ik op de universiteit dat de filosofie was gedegradeerd van moeder aller wetenschappen tot een obscure bezigheid voor oude mannen in leren leunstoelen die elkaar in donkere achterkamertjes aftrekken door eindeloos te herhalen hoe slim ze zijn.

Ik besloot toen dat het mijn missie moest worden om filosofie terug te geven aan het volk want als iedereen een beetje beter na zou denken over wat ze doen en wat ze zeggen, zou de wereld een leukere en vooral een betere plek zijn.

Ik ben ’s werelds laatste Rock ’n Roll-filosoof. Een leider zonder land. Een Messias zonder vader. Een priester zonder kerk. Een cynische, retorisch gewelddadige wijsgeer die oreert over een betere wereld. Een wereld zonder God. In de geest van Socrates –de eerste Rock ’n Roll-filosoof en oervader van de godslastering– preek ik een antitheïstisch Evangelie.

Kritiek leveren op georganiseerde religie is het fundament van een vrije samenleving. Om de mensheid te helpen is het belangrijk om in absolute vrijheid de georganiseerde religies te hekelen.

De wereld wordt beter als er satirische tekeningen over de profeet Mohammed, die een geit of een schaap neukt, worden gemaakt. Misplaatste grappen over urine en het vergaste lijk van Anne Frank mogen niet als ‘strafbaar antisemitisme’ worden bestempeld en walgelijke vergelijkingen tussen de buitenschoolse activiteiten van katholieke priesters enerzijds en Robbert M. of Marc Dutroux anderzijds, mogen gewoon gemaakt worden.

Nee, die moeten gewoon gemaakt worden.
Flikker maar op.

Het maakt niet uit wiens tere gevoelentjes gekrenkt worden. Het is mijn plicht, als de laatste Rock ’n Roll-filosoof, om de mensheid te bevrijden van het juk der religie. We mogen niet langer onverschillig aan de zijlijn blijven staan en de strijd overlaten aan haatbaardjes aan de ene kant en stropdasjes aan de andere kant.

De haatbaardjes moorden in naam van de almachtige Allah. Een theedrinkende Arabier met zijn vinger in het poepertje van een minderjarig meisje en een paar dozijn maagden die smachten naar een martelaar.

De stropdasjes zwaaien verontwaardigd met het hun wetjes en regeltjes. Zo willen ze ons allemaal binnen de lijntjes laten kleuren als brave consumentjes. Alles staat bij hen in het teken van de Vrije Markt en van Economische Groei. Een aanslag als in Parijs? Dat is slecht voor het toerisme. Slecht voor de middenstand. Slecht voor de economie.

Dat soort inspiratieloze neoliberalen wil je niet laten meedenken over het inrichten van een aangename, tolerante, solidaire samenleving. Dat moet je overlaten aan mensen die er godverdomme voor hebben doorgeleerd. Je gaat zonder medische opleiding ook niet snijden in iemands lichaam en zonder zwemdiploma ga je niet vliegen in een helikopter.

Ten tijde van Socrates, de eerste Rock ’n Roll-filosoof, lieten de autoriteiten je nog uit de gifbeker drinken als je kritiek leverde op God. Maar toch leverde hij die kritiek. Toch bleef hij tot het einde toe trouw aan zijn overtuigingen en dronk die gifbeker leeg. Wat een held. Hij zou niet misstaan op de redactie van Charlie Habdo maar helaas is er na Socrates nog altijd geen zak veranderd. Je kunt anno 2015 beter zeggen dat je kinderen verkracht of zeehondjes doodknuppelt dan God beschimpen.

Want als je kritiek levert op geloof, staan er altijd wel een paar zotte haatbaartjes met schietgeweertjes op om een bloedbadje aan te richten. De wereld is niet veilig maar dat is ze nooit geweest. Je hebt altijd het risico gelopen om slachtoffer te worden van de religieuze geldingsdrang en zolang er overtuigingen zijn om voor te sterven, zul je altijd dit risico blijven lopen. De oorlogsretoriek van de laffe stropdasjes die wij onze leiders noemen, zorgt alleen maar voor een vals gevoel van veiligheid. Een schijnveiligheid.

Iedereen vindt zo’n terroristische aanslag als in Parijs zo moeilijk te bevatten en dat is raar want het is helemaal niet moeilijk te bevatten dat in naam van religie onschuldige mensen worden vermoord.
Dat doen religieuze fanatici al duizenden jaren.
Het feit dat nog altijd niemand durft te zeggen dat juist de georganiseerde, monotheïstische religies de kern van deze kwestie zijn, is een probleem. Nee, dat is hét probleem. Dát is niet te bevatten. Mensen blijven maar troost zoeken bij de illusie van een Opperwezen en lijken niet te willen begrijpen dat we juist daarom zijn overgeleverd aan de gewelddadige excessen van een aantal intolerante, gewelddadige en radicale geloofsgemeenschappen die ons gijzelen ons met angst.

De religies spelen handig in op de menselijke behoefte om hun identiteit ergens aan op te kunnen hangen en indoctrineren de domme massa om hun levensbeschouwelijke visie als superieur te beschouwen met als gevolg dat men stopt met zelf nadenken.

Sommige van die achterlijke gelovigen, – die met die rare hoedjes op hun fontanellekes, – mutileren hun kroost door ze te besnijden. Dit doen ze natuurlijk niet voor de hygiëne maar omdat hun vrouwen niks kunnen weerstaan waar tien procent vanaf is. De haatbaardjes vereren een profeet die zich op regelmatige basis vergreep aan minderjarige geitjes. Ze verbieden vrouwen om auto te rijden, gooien homo’s als straf voor hun geaardheid van een hoog gebouw en stenigen iedereen die anders denkt.

Om over de Christenhonden nog maar te zwijgen.

Zij stellen abortus en euthanasie gelijk aan moord, maar verdedigen wel hun kinderverkrachtende dienaren in plaats van godverdomme de onschuldigen te beschermen. Twee Weesgegroetjes en wat Onzevaders en ze zijn weer vergeven.
Nee. Religie is voor imbecielen.
Het heeft de afgelopen drieduizend jaar meer slecht dan goed gedaan en verdient absoluut geen respect meer. Toch moeten we religie, hoe kolderiek, krankzinnig en lachwekkend dat concept ook is, niet verbieden want verbieden druist regelrecht in tegen alles waar we in geloven als het gaat om vrijheid.

We gaan dus ons best doen om alle gelovigen uit hun tempel te pesten. Als mensen graag willen geloven in een illusionair opperwezen, mag dat best, maar iedereen is vrij om dit geloof te ridiculiseren, te bagatelliseren en door middel van satire te marginaliseren.

God is een menselijk verzinsel. Net als Nijntje, Pinkeltje, De Telegraaf en de Fabeltjeskrant. Daar mag niet voor gemoord worden. Ik snap dat het een enorme geruststelling is om alle verantwoordelijkheid voor de keuzes tijdens het leven voor de dood af te schuiven op de wil van God maar dat is lui. Dat is laf. We moeten accepteren dat we alleen zijn in een goddeloos universum en dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen keuzes.

Het is voor de mensheid goed om rond te dwalen in de duisternis met als enige zekerheid dat je helemaal niks weet. De dolende zielen worden gedreven door curiositeit en zoeken naar antwoorden om de mysteries van de kosmos te ontrafelen. Zij proberen op die manier zelf de grote vragen van het leven te beantwoorden. De vragen die er echt toe doen.

Vragen als – Waarom zijn we hier? Gebeuren dingen met een reden? Hoe kan ik leven als een goed mens?-
Zelf het antwoord op zoeken. Dat is ieders eigen verantwoordelijkheid.

Zelf zoeken is altijd beter dan een religieuze invulling te accepteren als ‘De Waarheid’ en volgzaam te worden. De oerkracht van de mensheid is een eeuwige behoefte aan nieuwe en betere kennis over het universum en religie onderdrukt deze natuurlijke nieuwsgierigheid door te zeggen dat zij de waarheid zijn.

Israël, het Derde Rijk, het Kalifaat, het heilige Roomse Rijk, het zijn allemaal dystopische waanideeën die met geweld aan ons worden opgedrongen. ISIS is een idee en een idee kun je niet bombarderen. Je kunt het enkel vervangen door een beter idee. Vrijheid, gelijkheid en broederschap bijvoorbeeld. Daarom is ISIS bombarderen voor de lieve vrede, godverdomme net zo zinloos als jonge meisjes neuken voor de lieve maagdelijkheid.

De angst mag niet overwinnen. We mogen ons niet laten beïnvloeden door een paar opgefokte Haatbaardjes in een jurk met een bomgordel en een schietgeweertje. We moeten nu niet inspiratieloos mee gaan dansen in hun neerwaartse spiraal van haat en geweld maar geloven in de kracht van onze vrijheid. De kracht van onze humor en onze argumenten. Zij hebben wapens nodig om hun gedachtegoed te kunnen verkopen. Wij hebben Hans Teeuwen.

De aandachtsgeile Haatbaardjes met bomgordels zijn niet links of rechts. Ze zijn geen christen, jood of moslim. Geen homo of hetero. Geen man of vrouw. Het zijn gewoon fucking Haatbaardjes. Haatbaardjes die samenwerken met andere Haatbaardjes wiens enige prestatie het is om een baard te laten staan. Ze geloven in een falend idee en hun strijd is gedoemd te mislukken.

De Haatbaardjes vallen namelijk Parijs aan. Ze vechten een ideologische oorlog met een volk dat genieten van het leven tot religie heeft verheven. Een oorlog tegen de uitvinders van Joie de Vivre.

Sta je best wel voor lul met je Sharia.

Een oorlog van cultuur, overtuigingen en levensstijl met Frankrijk, verlies je altijd. Van Michel de Montaigne, Marcel Proust en Edith Piaff tot Albert Camus, Jean-Paul Sartre, tongkusjes, chansons en Bordeauxwijnen en fliterloze Gauloises en chocoladecroissants… En dat liedje voor Dana.

Een volk dat een stuk of zes verschillende namen heeft voor een tosti. Een croque monsieur of een croque madame of een croque jeanette. – Dat zijn twee tosti’s op elkaar. – Dat vind ik grappig.

Je leeft pas echt als je ’s zomers ontbeten hebt in de Provence met de geur van lavendel en de warme wind van de Middellandse Zee in je bakkes.

Hou dus godverdomme allemaal op met bidden voor Parijs of voor Beiroet of voor de Palestijnen of voor welke brandhaard dan ook, maar leef alsof morgen niet bestaat en heb lief tot je tenen tintelen. We moeten zondigen. Vreet, zuip, snuif, rook, slik, spuit en neuk tot we allemaal geloven dat er geen groter goed is dan vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Een dikke middelvinger naar religie want zij is met haar pretentieuze antwoorden hoofdverantwoordelijk voor de idioten die naar de wapens grijpen om hun subjectieve visie op ‘De Waarheid’ te verdedigen.

Je zult geen humanist met een Kalesjnikov door de straten zien lopen, geen atheïst zal met een bomgordel een sportwedstrijd bezoeken en geen Evolutionist zal zichzelf opblazen in naam van de almachtige Charles Darwin.

We worden gegijzeld door een hele logische angst voor geweld en het ontbreekt onze leiders aan een eigen visie. Zij wijzen naar onze ‘Joods-Christelijke traditie’ en helpen op die manier ook niet echt mee met het zoeken naar hoop en liefde in een wereld zonder God. De ‘Joods-Christelijke traditie, de VOC-mentaliteit, Het zijn holle kreten. Hou daar godverdomme mee op.

Flikker op met je moraal. Moraal is een instrument van de zwakkeren om de sterkeren te onderdrukken. Flikker op met je fatsoen. Als wij niet meer mogen roepen dat we gepijpt willen worden door de meiden van Halal omdat er dan Fatwas uitgedeeld worden alsof het chlamydia is, hebben we feitelijk al verloren.