Monthly Archives: March 2014

Eeuwigdurend moment van ultieme schoonheid

De ultieme schoonheid van dit eeuwigdurende moment. Je staat in de opening van de deur. Mijn shirt bedekt jouw naakte lijf tot over je mooie billen als een  glorieus bewijs van de overwinning. Een vlag op een veroverde citadel. Niets is mooier dan dit moment.

Een koude windvlaag beroert niet alleen de gordijnen maar onthult ook je onzichtbare tepels. Niemand ziet wat ik zie. Je houdt je hoofd scheef en lacht naar me met je ogen. Je lange haar nog wat warrig door wat vooraf ging en ook het magnifieke bouquet van geen remmingen verklapt wat we delen.

Het zijn ongrijpbare flarden die vervliegen in de wind maar dit moment, in al haar subtiele schoonheid, is ultiem en voor altijd.

Rattus politica

Gelukkig staan er weer verkiezingen voor de deur.  Ditmaal mogen we stemmen voor de gemeenteraad. Daarom worden we weer doodgegooid met de landelijke kopstukken die op televisie hun gebruikelijke dansje doen.  De bestuurders in de loopgraven, de lokale politici, die de rotzooi uit Den Haag op moeten ruimen, komen nauwelijks aan bod.

In mijn prachtige stad kunnen we straks gaan stemmen over de uitbreiding van ons vliegveld, het toevoegen van acht dorpskernen om zo een grotere stad te worden, openingstijden van winkels, gelegenheden om je fiets te parkeren, de ruitweg rond Eindhoven, vrachtwagens in het centrum en natuurlijk ook over de legalisering van sofdrugs. Dit laatste is niet aan de lokale politiek maar omdat het mijn politieke stokpaardje is, ga ik daar dadelijk nog even verrukkelijk de liefde mee bedrijven. Eerst wil ik wat zeggen over politici in het algemeen.

Voor mij behoren alle maatpakken die op televisie kijken wie de grootste plasser heeft tot het ras van de Rattus Politica. Het zijn stuk voor stuk visieloze machtswellustelingen. Narcistische leugenaars die elkaar bestoken met retorische onbenulligheden. ‘Hij zei dat maar eigenlijk bedoelt hij dit.’ ‘Vorig jaar zei hij nog dat.’ ‘Ja maar hij zei dat zij zei dat.’ Jullie lijken godverdomme wel twaalf en rollen kibbelend als kleine meisjes over het schoolplein. Jullie debatten, compromissen en poldermodellen brengen ons niet voorwaarts maar drijven ons verder en verder af van de kern. Er is bij bestuurders enkel strijd en achterdocht, en geen ruimte voor compassie en inzicht. Politici moeten hun gelijk halen en dat kenmerkt een vulgaire geest. Voor een politicus is voortschrijdend inzicht een vies begrip. Dat mag niet. Dan ben je zwak. Het is niet voor niks dat vals, verraderlijk, geraffineerd, slinks en kwaadaardig allemaal synoniemen zijn voor politiek.

Dat gezegd hebbende, tot er iets beters langskomt, moeten we het doen met democratie. Dus verdiep ik mij weer in de standpunten van de lokale partijen en ga ik op 19 maart trouw naar de stembus. Dat is mijn plicht als burger van deze stad.  Ik sluit geen enkele partij uit en zweef lekker een tijdje rond. Nu volgt geen wedstrijdverslag van het eerste duel tussen mij en de stemwijzer maar, zoals ik al had beloofd, wil ik nog wel even op eloquente wijze de liefde bedrijven met mijn stokpaardje; de legalisatie van softdrugs.

Op de eerste plaats een pluim voor burgemeester Rob van Gijzel. Het is dan wel een onbetrouwbare salonsocialist maar voor de bühne doet hij wel net alsof hij een voorvechter is van de legale wietteelt en dat juichen we natuurlijk alleen maar toe. Ben maar lekker eigenwijs Robbie. Laat godverdomme zien dat je een paar ballen van staal hebt en geloof in je visie. Wat wilde de minister van Justitie doen? Je ontslaan? Volgens mij kan dat niet maar dan moet ik even naar links kijken, waar ik altijd een staatsrechtgeleerde heb zitten bij het schrijven van dit soort stukjes, want zelf weet ik dat niet. Hij schudt nee. Theoretisch zou hij natuurlijk kunnen klikken bij de premier en deze kan je dan wel ontslaan maar dat zien we dan wel weer. Dat is een risico dat ik best durf te nemen. Desnoods kom je dan bij me wonen.

Partijen struikelen over elkaar heen om te roepen dat ze voor invoering van legale wietteelt zijn. Alleen in de Christelijke marge hoor je nog een tegengeluid maar daar luistert toch niemand meer naar. Dat er vervolgens niets gebeurt, is eigenlijk ook wel logisch want als een politicus A. zegt, is de kans best groot dat hij, om lekker te kunnen polderen,  toch B. bedoelt. Als ik hem daar op aan zou spreken, zal hij wijzen op het feit dat ik de hele dag zit te blowen.  In de filosofie noemen we dat drogreden ad hominem en daar urineren we graag tegenaan maar in de praktijk van alle dag, zeker in de politieke arena, is het de normaalste zaak van de wereld.

Iedereen is voor legale wietteelt. Het kan in sommige staten van Amerika, het kan in Uruguay, zelfs in fucking Iran wordt er niet met de ogen geknipperd met een grammetje of tien. Daarna krijg je omgerekend zeventig eurocent boete. Hoe ironisch is het dat er in het tolerante en vooruitstrevende Nederland een ‘liberale’ beer op de weg is gaan liggen. De raaskallende minister van Justitie Ivo Opstelten. Lid van de liberale, ik zeg het nog maar een keer, de liberale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Alleen hij houdt de legalisatie tegen. Alleen hij houdt de drugscriminelen een hand boven het hoofd. Als mijn opa een paar keer zulke onzin zou verkondigen, zouden wij ons zorgen maken. Als hij vervolgens, gelijk een langspeelplaat die blijft hangen, hetzelfde belachelijke deuntje zou blijven afspelen, is het een enkele reis naar de Landrijt voor hem.

 

De man die haast had en niks vergeten kon

Voor het stoplicht sta ik stil.
Ik wacht op het groene sein.
Ik heb haast.
Ik moet mijn trein halen.

Wat ben ik lang niet meer in Eindhoven geweest.
Toch raar om hier met hem te zijn.
Ik kijk naar hem en wil dat hij naar me lacht,  dat hij me opmerkt.
Hij is nog steeds aan het bellen, hij is altijd aan het bellen.

Haast maakt me altijd een beetje ongemakkelijk.
Ik draag geen horloge maar ben altijd op tijd.
Voor mijn gevoel ga ik er sneller van denken.
Sneller denken en nog altijd niks vergeten.

Best een mooie dag vandaag.
Ik zou willen dat hij ophield met bellen.
Ik zou willen dat ik hem in Amsterdam gelaten had.
Hij is hier niet op zijn plek.

Wat staan die meisjes irritant te grinniken naast me zeg.
Wat sta ik godverdomme al lang voor dit kutstoplicht.
Snapt het universum niet dat ik haast heb?
Weet de wereld niet van mijn afspraak?

Staat hij daar nu echt aan de andere kant van de weg?
Zijn haar is weer wat langer dan op de foto´s en hij heeft een baard.
Maar zijn ogen zijn onmiskenbaar en ik glimlach als vanzelf bij deze speling van het lot.
Ben ik in Eindhoven, kom ik hem tegen.

Zie ik dat nu goed aan de andere kant van de weg?
Niet zwaaien Eppo, je bent geen vijftien meer.
Wat is ze mooi. Wat is ze nog steeds een unieke en oogverblindende schoonheid.
Haar lange haar is langer dan op de foto´s van vandaag maar het maakt haar alleen maar mooier.

Ik kan niet ophouden met naar hem kijken.
Hij is groot en sterk maar ook lief en zacht.
De arm die om mijn schouder wordt gelegd en het kusje op mijn wang, schud ik van me af.
Dit is mijn moment. Mijn enige moment.

De meisjes, mijn haast, de voorbijrazende auto´s, alles verdwijnt.
Iemand probeert een arm op haar schouder te leggen en haar te zoenen.
Ze schudt het af en onwetend van mijn bestaan, vlucht hij in zijn telefoon.
Ze is van mij. Even is ze weer helemaal van mij.

Stoplicht springt op groen en we lopen naar elkaar toe.
Mensen lijken opzij te gaan en ik kies zijn linkerkant.
Zijn ogen zuigen me naar hem toe.
Zijn blik heeft niets aan kracht verloren.

Ze kijkt me aan en glimlacht bijna onzichtbaar.
Ik zeg niks maar beweeg alleen mijn wenkbrauw als teken herkenning.
Er is nu niks te zeggen.
Wat is ze waanzinnig mooi. Superlatieven schieten tekort.

Hij kijkt me aan en even verlies ik mezelf.
Een brok in mijn keel.
Hij zegt niks.
Ik steek mijn hand een beetje uit zodat hij er tegenaan moet lopen.

In het voorbijgaan pak ik haar linkerwijsvinger tussen twee van mijn vingers en streel haar zacht.
De stank van de stad verdwijnt.
Het maakt plaats voor de heerlijke geur van haar shampoo en parfum.
Heel even is ze heel dichtbij.

Een klein schokje als hij met zijn vingers mijn wijsvinger streelt.
Altijd elektriciteit als wij elkaar treffen.
Zelfs nu op dit zebrapad.
Zelfs nu bij dit vluchtige moment.  Zou hij omkijken?

De laatste stap van de straat op de stoep lijkt me te brengen in een oud nieuw universum.
Oud omdat ik er net ook was en ik weer haast heb.
Nieuw omdat haar onopzettelijke aanraking mijn wereld weer veranderd heeft.
Ik zal haar nooit vergeten vrees ik.